kinshasa 2010    

In juni 2010 vertrekt OMSK voor een half jaar naar Centraal Afrika. Het einddoel van de reis is de hoofdstad van Congo: Kinshasa. In aanloop naar het vertrek organiseert OMSK projecten rond beeldvorming, verwachting en projectie. Het eigen kijken wordt onder de loep gelegd.


‘We zijn doordrongen van de idee dat het belangrijk is te weten wie we zijn, en gaan er dus vanuit dat de eigenheid moet worden behouden en beschermd. Maar om de ander en diens zicht op de ons omringende wereld te kunnen erkennen zullen we steeds opnieuw moeten beseffen dat de manier waarop wij onszelf en de wereld ervaren relatief is.’

Lotte van den Berg


14 december 2009 in gesprek met organisaties uit Dordrecht die zich willen verbinden aan het traject / Schouwburg Kunstmin, CBK, Bibliotheek, Insula College, COS, Erfgoedcentrum Diep, Stichting Balans, Intermezzo en meer / we spreken over de mogelijkheid van empathie / de belemmerende werking van schuldgevoel en schaamte / stop making sense / samenwerking wordt opgezet en voortgezet.

19 december 2009 Kijk op Congo, een gesprek / OMSK in gesprek met Paul Mbikayi, Daniel Knoop, Tom van Imschoot en Guy Poppe / verschillende beelden op Congo / naast elkaar / over het beladen politiek discours en de noodzaak aan andere beelden / Hoe ben je als kunstenaars aanwezig in de beelden die je toont, de verhalen die je vertelt? Cijfer je jezelf weg? Ben je tolk, een doorgeefluik? Of is het juist belangrijk te vertellen over de relatie tussen beide werelden, daar en hier, afrika en europa? Kan je louter dienend zijn aan het verhaal van de ander of ben je zoiezo, door je aanwezigheid daar en de pijnlijke maar gezamelijke geschiedenis, deel van het verhaal? / Wie ben je zelf, wie is de ander en wie ben je samen?

25 tm 29 januari 2010 projectweek Insula College / havo 3 / over mogelijkheid en onmogelijkheid van het web / hoeveel en wat kom je te weten over een ander via internet? / kan je ook analoog je vragen stellen en aan wie? / met presentatie op vrijdag 29 januari

januari, februari, maart, april 2010 Een project met leerlingen van de internationale schakelklas / 80 kinderen uit 28 verschillende landen zitten samen in een klas / één dag in de week werkt OMSK met hen / er wordt toegewerkt naar een presentatie over hun eerste blik op nederland en de houvast die ze ontlenen aan de eigen cultuur, de eigen levenservaring, bij het ontdekken van deze voor hen nieuwe wereld en nog onbekende mensen.

maart 2010 afleiding / workshop voor jonge theatermakers en kunstenaars / hoe laat ik me inspireren door een lokatie? / wat is documentair theatermaken? / in samenwerking met de Peergroup onderleiding van Floris van Delft en Riet Mellinck / opzoek naar de noodzaak van traditie en eigen cultuur in Dordrecht en omstreken / hoe bepalend is het beeld dat je hebt van jezelf voor de manier waarop je kijkt naar de ander? / met presentaties 10 april

maart en april 2010 brievenschrijvers worden gezocht / we gaan op zoek naar mensen die met ons willen communiceren wanneer we weg zijn / we beginnen een briefwisseling, een beeldenuitwisseling / een luchtbrug / een diverse groep mensen (kunstenaars, schrijvers, bewoners van de stad, jongeren, kinderen) uit dordrecht en nederland verbind zich aan het traject / via korte zinnen, lange brieven, foto’s, korte films, cassettebandjes en mp3 wordt bericht over het thuisfront / vanuit Kinshasa worden, door een even diverse groep mensen, berichten teruggestuurd / deze letterlijke uitwisseling, het sturen en ontvangen van verhalen, is metafoor voor de reis die we maken / wat is het om je te verdiepen in een ander? / welke vragen stel je? / en wat vertel je?

April 2010 eerste pakketten worden ingepakt / wat wil ik opsturen naar congo? / hoe ga ik om om het schuldgevoel ten opzichte van de eigen rijkdom? / wat is het om iemand iets te geven waar hij niet om vroeg? / wil ik iets geven of hoop ik juist iets terug te ontvangen? / kunnen we ontkomen aan de zogenaamd goede bedoeling? / is er gelijkwaardige uitwisseling mogelijk? Of moeten we ons verzoenen met de onmogelijkheid daarvan?

9, 10 en 11 april 2010 open huis / een heel weekend presentatie, gesprek en samenkomst rondom het naderend vertrek / container met mobiele werkplaats en pakketten vaart de zeehaven uit

mei 2010 Kunstenfestival des Arts / OMSK in Brussel / een tussenstop

begin juni vertrek richting Kinshasa

   
  Ter inspiratie:

'Donoren hebben een simplistische notie van ontwikkeling'
Achille Mbembe research professor in geschiedenis en politiek uit Zuid Afrika

'Kunst is niet voor koeien'
Marie-Clemence Paes
cineaste uit Madagascar

'We moeten cultuur en ontwikkeling opnieuw verbeelden'

Rustom Bharucha schrijver, regisseur en cultuurcriticus uit India

'Afrika is niet arm'
Breyten Breytenbach
Zuid Afrikaanse schrijver

 
z


z



z


Briefwisseling  

Guido Kleene is al in Kinshasa en maakt daar samen met de Theatre Embassy een voorstelling over kindheksen, Basal'ya Bazoba. Guido is tegelijkertijd wegbereider en pionier voor OMSK. Hij begon zijn reis naar Centraal Afrika begin dit jaar in een oud nissan busje, samen met zijn vader, Hans en Manuel.

> Meer informatie op www.theatre-embassy.org of www.compagniedakar.nl

> Volg hieronder de briefwisseling tussen Lotte en Guido.


Op 7 dec 2009, om 19:03 heeft guido kleene het volgende geschreven:


lieve allemaal

ik schrijf maar weer even een briefverslag - het heeft lang geduurd - en het is erg druk geweest - maar het wonder is geschiedt!! de voorstelling is af en heeft al vier keer gespeeld - voor minstens 4000 man publiek... wat een werk is het geweest - en nog steeds... maar ook erg geweldig dat het gelukt is..
veel liefs uit de hitte, ik kom de 24e terug...en hoop jullie allemaal veel te zien,,, tot dan veel liefs

guido

Maandag 7 december
Terug in de cyber, hoestend in de hitte. Het is half zes s’middags – het wordt langzaam donkerder en druk, duizenden en duizenden mensen op straat – het kruispunt van quartier un produceert meer uitlaatgassen dan een electriciteitsfabriek, en welke gassen. Quelle pays ! ik zit vrolijk achter mijn computer, en ik voel me belabberd, want hoewel ik al drie weken hoest – begint het nu pas echt vormen aan te nemen dat ik me niet goed voel. Moe. Moe. Vandaag een uitzending bij radio okapi, de radio van de vn – over ons projekt. Het begint routine te worden. Er worden fragmenten uit de voorstelling gedraaid en de stemming zit er goed in. Gisteren zijn we overal op televisie te zien bij lingala facile – het meest bekeken nieuwsitem in het lingala. Daarvoor bij tele 7, en nog andere televisiekanalen. We worden gevolgd, het verhaal van de voorstelling bereikt de Kinois. Geen idee of er al over ons gesproken wordt – maar we beginnen een beetje bekend te worden. Ondertussen denk ik verder – wat kunnen we nog meer doen – hoe kunnen we ons nog beter inzetten, zichtbaarder worden – en hoe kunnen de voorstellingen ook discussie oproepen, want de discussie na de voorstelling is nog het minst gelukt. De voorstelling zit eigenlijk zo vol muziek en grapjes– dat je aan het eind wel klaar bent. Quelle histoire. Ik heb geen voorstelling gemaakt over kindhekserij, maar een voorstelling over een malafide priester. Zaterdagmiddag zitten we in de zinderende hitte – in de zon – met achthonderd of duizend man naar de voorstelling te kijken. Er hangt een aangename zondagmiddag sfeer – de mensen moeten lachen – maar weten ook niet goed wat hun overkomt. Je merkt aan alles dat ze muziek wel kennen, maar theater. Wat moet je met zo een stel gekken die grappige dingen zeggen en voor de rest gek doen ? geen idee. Het resultaat is nuchter, maar ook erg vrolijk. Het is gelukt – de kop is eraf – we hebben vier voorstellingen gespeeld – zonder noemenswaardige problemen – geen echte vechtpartijen – geeen verstoringen – redelijke veiligheid. Maar nu ? hoe verder ? ik hou mijn hart vast voor het vervolg, als ik hier alleen ben zonder sabine en manuel – want niemand denk vooruit. En dat is vrij plezierig als je op vakantie bent, maar niet zo als je heel veel apparatuur hebt die het moet doen –
Een moment van onoplettendheid en… zaterdag avond breken we af – we hadden het goed georganiseerd – ik zie manuel boven op de vrachtwagen bezig, op de grond staan overal spullen – die de vrachtwagen in moeten maar het kan nog niet want het podium is nog niet ingeklapt. De nacht valt. De mercedes vito staat met open laadbak – en dan ineens – overal om me heen straatkinderen. Waar is de bewaking ? ik doe snel de auto dicht en roep. Ik zie een gropeje bewakers staan rond het eten. Het avondeten is aangekomen, en iedereen heeft zijn post verlaten om te gaan eten. Ik ren naar de bewakers en leg ze uit dat ze maar om en om kunnen eten – want nu zijn overal straatkinderen. En dan zie ik de helft opstaan – met bord in de hand – en al etend jagen ze de kinderen weg. Stom van mij – hier is geen cultuur van eerst de ene helft eten dan de andere – als je niet meteen gaat eten is er niets meer over.
Hetzelfde geldt voor de politie. Er zijn een paar agenten die we betalen vooor de veiligheid. Maar meteen na de voorstelling beginnen ze al te morren. De dag is wat hun betreft wel afgelopen. Juist dan is voor ons het moment – dat er dingen gestolen kunnen worden. De avond valt – iedereen is moe en on oplettend – en de voorstelling was een succes. We staan midden op saint therese – op een groot veld, om ons heen voetballen en basketballen ze, wij doen aan theater. Wat een beeld. Een enorme tent van vodacom en daar twintig dertig meter vandaan – onze vrachtwagen met podium, de uitklapbare wanden schitteren in de zon – het is een imposant gezicht – een dubbel podium en theater…
Het zijn spannende dagen. Ik kijk om me heen – en ik zie quartier 1– vanuit het cybercafe. De puinhoop is me gewoon geworden. Ik voel me gewoon tussen de puinhopen van stof – de oude stadsbus die aan het verroten is op het midden van het park. De politiekontainer die schittert van vervallenheid. De halve afzettingen die op een autosloop niet zouden misstaan. De duizenden mensen die lopen en lopen – op weg naar transport of naar hun eigen schoenen. Doorlopen. Hangen tussen de eucalyptusbomen, en af en toe een hand ophouden. Roepen. Vrolijk proberen een praatje te maken. Het leven is een aaneensluiting van hangen en wachten en praten.
Beelden nog altijd te over. Ik zou ze allemaal op kunnen schrijven, volgepropt met beelden die niet enkel verkouden maken – de hitte ingaan – de stof beschrijven, het gedoe – het geworstel met de omstandigheden. Ik wordt er rustig van. Deze week hebben we premiere in lingwala. We hebben nog geen toestemming, er is nog niets geregeld – we hebben geen terrein om te spelen, geen idee hoe het opgelost gaat worden en hoeveel het gaat kosten. Maar toch wordt ik er niet echt zenuwachtig van. Het gaat wel lukken – en als het niet lukt, dan missen we een week – in de tour van honderd voorstellingen zullen er nog wel meer dingen misgaan. Er gaan eigenlijk alleen maar dingen mis. Het is niet voor niets congo. Het slechts georganiseerde land ter wereld. Congo is toch ook bekend om de puinhoop – dachten wij dat het bij onze komst ineens beter zou gaan.
Ik adem uit. Oef. Ik ben eigenlijk zeer blij. De voorstelling staat – hij is nog te lang – er is van alles aan te merken – maar ik denk dat het goed gelukt is, het is een grappig stuk, met goede muziek, en af en toe durven we ver te gaan in wat we beweren. Ik had gedacht dat de scene waarin de pastoor de vrouw van christian neemt ‘omdat hij haar als het ware onthekst met hetzelfde wapen waarmee de duivel is binnengedrongen’ ik had gedacht dat deze scene erg shockerend zou werken. Maar ik krijg toch niet zo de indruk. De meeste reacties zijn eerder : nou – dat is mij ook overkomen, toen ik achttien was moest ik naar de priester.. met andere meisjes om hem nachtelijk gerief.. – of – ik kan je vertellen dat het precies zo gaat – want in mijn parcelle is een priester… - of – ja dat is heeel realistisch… dus de meest extreme scenes zijn realistisch,,,, (ik ken iemand die alles verloren is aan de priester, zijn huis, al zijn spullen, precies zoals in de voorstelling)…

Het was echt zeer hard werken. Ik zie aan iedereen dat ze kapot zijn. Manuel loopt op zijn tandvlees – heeft wonderen verricht. Toto ziet er steeds slechter uit. Sabine heeft het af en toe flink gehad – en krijgt het meest gezeur. Want geld beheren is hier een enorm gezeur, waarvoor je een onverslijtbaar beduld moet hebben en altijd een goed humeur. Want congolezen zijn echt als kleine kinderen bij papa en mama – alles uit de kast halen om meer geld te krijgen – tot op het eind toe zeuren, dreigen, sabine en mij tegen elkaar uitspelen, en als je er iets van zegt heeft niemand het gedaan. En is iedereen verontwaardigd dat je zoiets niet mag zeggen. Kortom – geen enkele zelfbeheersing in het bedelen om geld. Ik zou het graag anders zeggen – en ik begrijp het vaak ook wel, maar er is weinig trots vind ik. Hoewel ik ook merk dat ik er handiger in wordt – dan ik begin te begrijpen hoe het werkt – dat er eigenlijk niet van je verwacht wordt om heel fundamentalistisch te reageren. Niet afspraak is afspraak. Maar ik begrijp wat je vraagt maar je moet mij ook begrijpen. en had het eerder gezegd dan kon ik er nog wat aan doen, maar nu… is het te laat. Of – maar voor dat soort vragen moet je bij mij komen, ik ben de baas – dat kan je niet aan sabine vragen. Allerlei leugentjes voor bestwil. Maar het woord is belangrijk. Hoe je het woord gebruikt. Of je zacht praat – en verstaanbaar. Ik denk dat ik langzaam begin te begrijpen hoe het moet. Als financierder wordt eerder verwacht dat je een vader rol speelt – en af en toe geld weggeeft – of in het geval van ziekte over je hard strijkt. Dus heel anders dan formeel met regels en afspraken. Je mag of moet met geld de barmhartige samaritaan zijn. Maar je mag niet afspraak is afspraak zeggen – dat zijn te weinig woorden, dat is te strak, dat houdt geen rekening met de flexibele werkelijkheid die kinshasa is. Er bestaan geen rechte afspreken, geen weg is zonder gaten – dus met je harde afspraken van buiten begin je weinig. Er is altijd marge – ruimte te onderhandelen… ik weet niet of je begrijpt wat ik zeg – maar de betekenis van geld is hier een heel andere dan bij ons. Geld is iets waar je om mag vragen, geld is iets wat je altijd mag vragen – en wat je ook mag weigeren te geven. Geld is niet alleen recht hebben op – maar vooral alles – als water – als eten en drinken - En als je geld hebt – wordt van je verwacht dat je zorgt voor alles. Maar met woorden kan je veel doen, veel goedmaken – want iedereen begrijpt als er niet genoeg geld is – dat is de waarheid van alle dag. Dus het hele gedoe met geld is als een ritueel, het is geld – maar ook vriendschap, liefde, het is spel, het is een affektietonen. Maar de affektie mag ook met woorden. Congolezen zijn gevoelige types – en je kan makkelijk iemand beledigen – zeer makkelijk. Dus het is balanceren, niet te hard zijn, en zeker ook niet te soft. En veel en goed praten. De waarheid omkleden met woorden zodat hij begrijpelijk is.
Ik stop nu even – het is een lang verhaal maar ik heb nog zoveel te vertellen – er is echt veel gebeurd… nu goed een volgende keer..


Op 10 dec 2009, om 16:38 heeft guido kleene het volgende geschreven:

hoi lotte

alles goed met je?
hier is het goed
we spelen morgen en overmorgen in linguala, 24
vind het heel bijzonder - is midden in de wijk, veel veel mensen en heel zichtbaar
en ook spannend - want dit is de eerste wijk waar ook bendes akteif zijn, nu we zullen zien
het is erg leuk en leerzaam vind ik, en enorm veel gedoe natuurlijk
ik schrijf je omdat ik vind dat we weinig contact hebben over ons projekt
ik heb eigenlijk niets meer gehoord sinds jullie bezoek hier, ik begrijp dat eigenlijk niet heel goed, omdat ik dacht dat we het samen aan het opzetten waren,
misschien ben je heel druk met andere dingen - of vind je het lastig, ik ben benieuwd? wat zijn jullie aan het doen, hoe ver zijn de voorbereidingen, wat zijn je gedachten? en hoe kan ik mijn gedachten deel maken ven ons projekt - en onze ervaringen nu? hoe kijk je terug op die twee weken hier, en wat heb je er voor conclussies over getrokken? dat soort dingen: ik denk zelf dat het daar erg mee te maken heeft met wat we in de voorbereiding moeten doen - want om hier echt iets te organiseren is het belangrijk om juist veel in de voorbereiding te doen, dan kost het minder geld en alles gaat hier nu eenmaal heel langzaam, het is belangrijk om partnerschappen aan te gaan, dat kan ook erg helpen... ik heb daarover een aantal keer met fabrice gesproken en ook hij heeft daar allerlei ideen over..

ik kom de 24e terug in nederland en ben dan tot de 12e januari in nl iig
het lijkt me goed om elkaar dan vrij veel te zien, zullen we wat plannen? bijvoorbeeld in de eerste week van januari een aantal dagen?
tot gauw en liefs uit de congo

guido

 

Op 10 dec 2009, om 17:36 heeft Lotte van den Berg het volgende geschreven:

lieve guido

het is waar dat we elkaar weinig hebben gesproken. dat komt vooral doordat ik nog volop in gedachten ben over wat ik zou kunnen en willen doen in kinshasa. het verandert en verschuift voortdurend. daarover wil ik heel graag met je spreken. het opschrijven lukte nog niet. ook had ik het gevoel jou nu niet lastig te vallen met volgend jaar. wel genoeg aan je hoofd dacht ik zo. ik denk inderdaad dat het goed is elkaar veel te zien als je terug bent. ik ga niet op vakantie (mede daarom) en verheug me op jullie komst. geweldig dat het jullie gelukt is de voorstelling ECHT TE MAKEN. jammer dat ik het nu niet kan zien. heel jammer. het is een beetje alsof ik hier in de verte een afvallige ben. graag had ik geholpen en meegedaan/meegedacht. mijn gedachten over de twee weken in kinshasa zijn nog altijd in beweging. nadat ik voor mezelf had toegegeven dat ik het eigenlijk heel heftig vind daar iets te gaan maken heb ik er weer veel meer zin in gekregen. lange tijd probeerde ik te doen alsof het alleen maar geweldig en leuk is. in een gesprek met daan durfde ik uiteindelijk uitspreken dat het niet in eerste instantie een wereld is waar ik me geweldig toe aan getrokken voel. misschien ook dat ik het daarom lastig vind je te schrijven. woorden op papier zijn zo definitief. ik belde je een paar keer, maar dat was dan ook steeds te onrustig. ik denk dat het heel goed is langere tijd in kinshasa te werken. juist omdat ik er zoveel vragen bij heb. juist omdat ik niet weet hoe dat moet. het denken over de reis/het project voelt als een grote repetitie die nu al begonnen is. de praktische uitwerking (hoe/met wie/waar/hoeveel) is nog niet aan de orde. eerst wil ik met je spreken (live) over oorsprong en inhoudelijkheid van het project. en eerst wil ik uitgebreid en echt horen hoe het daar is geweest. 

dank voor je directe vraag
ik ben blij dat bij deze mijn 'radio stilte' jou kant op verbroken is (al moet je weten dat ik dagelijks aan jullie denk en meer dan volop met het project bezig ben).

heel veel liefs en succes daar. 
mag ik jullie ophalen van het vliegveld, of is dat teveel van t goede?!
kussen
lotte

 

Op 12 dec 2009, om 17:07 heeft guido kleene het volgende geschreven:

lieve lotte
dank voor je mail
fijn dat je me geschreven hebt, ik dacht wel dat er zoiets was, het lijkt me zeer goed je weer veel te zien en te spreken,
manuel gaat as donderdag terug, ik zelf kom de 24e aan in brussel rond elf uur s ochtends - ophalen - ja vind ik leuk, als je tijd hebt, leuk, ik zal mijnmoeder ook even vragen wat ze van plan is
tot heel snel, net de achtste voorstelling gespeeld in lingwala
x
guido


Briefwisseling maart/april 2009

Op 11 mrt 2009, om 16:28 heeft Lotte van den Berg het volgende geschreven:


ben je al in kinshasa?
hoe was de reis?
zullen we schrijven?
doe je de groeten aan toto en fabrice!

Op 12 mrt 2009, om 10:46 heeft guido kleene het volgende geschreven:

hoi lotte
ik ben in kin, het is hier goed
ik ga je schrijven
internet is hier lastig, maar het gaat lukken
ik stuur het morgen
mijn tel nr hier is 00243 .........
*liefs
guido

Op 12 mrt 2009, om 10:54 heeft guido kleene het volgende geschreven:

ik stuur je vast een deel, ik ben nu in het internetcafe
vaak geen stroom of geen water....
dus wie weet
check even of er geen virus op het document zit ajb

de reis.doc

Lieve lot
Jezus wat een reis. Mijn lieve jezus wat een goede reis. Ik heb zin je even hiernaartoe mee te nemen, even hier te hangen in ouaga op de binnenplaats, in de smoorhitte die zindert en het leven lamlegt. Nog twee maanden duurt de droge tijd, maar nu is het al ondragelijk. Elke middag stijgt de temperatuur richting vijfenveertig graden. Het was ook zo heet soms in die auto, dat we niets meer konden. Behalve mijn vader dan, die leek op een salamander. Hoe warmer hoe meer energie hij kreeg. Dat was eigenlijk een van de leukste dingen van deze reis. Hoe mijn vader steeds dichter bij huis zich steeds meer op zijn gemak ging voelen. En vooral ook hoe de mensen die we ontmoeten zich steeds meer met hem op hun gemak voelen. Met als hoogtepunt gisteravond, mijn afscheidavond in ouaga. We gingen dansen, mijn vader en ik, in een boite de nuit voor veertigers en ouder. Het zat afgeladen vol, een brede openluchtzaal met krakkemikkige metalen tafeltjes en een achthoekige dansvloer in het midden. Een livebandje speelde klassiekers, afrocubaanse muziek uit de jaren 70 en 80. een mix van buena vista social club en couper decaller. De dansvloer afgeladen vol. oudere paren, vrouwen van veertig, mannen. Iedereen dansde met elkaar. oude vrouw met oude vrouw, een stel, mannen met mannen. In het midden mijn vader. Hij had een groepje mannen en vrouwen om zich heen verzamelt, die hem vol enthousiasme onhaalden. Om en om moest er een in het midden dansen. Een dikke afrikaanse vijftiger greep breed glimlachend het initiatief, en mijn vader in zijn afrikaanse overhemd dansde daarna met allen. de statige dame van zestig die enkel haar billen voorzichtig kon bewegen. de knappe verlegen vrouw die moest lachen om zijn onbeholpen solo. De kale jonge man met zijn scherpe bewegingen. En ikzelf natuurlijk, maar ik hield me een beetje op de achtergrond. Ik wilde kijken, van het moment genieten. We hadden een avond gepraat, en gedronken. Terrassjes met gamele tafeltjes, bandjes die nog voor je spelen en vrouwen en mannen die enorm uitgedonst bier drinken en telkens weer dansen. Het was de eerste avond echt samen met hem alleen deze reis. En we besloten dat het zo goed was. Zo : hij in afrika. ik in afrika. In deze stad tussen de cafeetjes en het stof. We spraken, dronken wijn en aten.. hij zou liever een paar jaar eerder in afrika sterven en tot op het einde kunnen blijven in deze jonge wereld, dan terug naar europa en tot op hoge leeftijd depressief mogen worden. zo ziet hij het. En ik – ik beaam het volmondig. Ik zeg hetzelfde –ook voor mezelf. Ik wil hier zijn. hier in afrika. ik voel me hier goed. Ik heb nu vakantie natuurlijk, dus alle last is van me af en pas in congo ga ik meemaken hoe het is als ik ga werken – ik bedoel – ik hou een slag om de arm – die heb je van me tegoed. Maar het is alsof er een last van me afvalt als ik hier ben. ik weet niet waarom. het zal met alles te maken hebben. Het zal met het reizen te maken hebben. Ik heb zin om te trouwen en kinderen te maken en van het leven te genieten hier. Ik vind de mensen zo leuk. Ik voel mezelf vrij schuchter in nederland. Maar die afrikanen hebben zo iets communicatiefs – die zijn zo sociaal dat ik overal contact kan maken. ik maak overal een praatje. ik kan eigenlijk altijd een beetje rondhangen. elk ongemak wordt aangenaam. ik vind dat er buitengewoon weinig irritaties is, weinig somberheid. Vitaal. Zo spontaan. Zo vrolijk en eerlijk. Mensen zijn. ze zijn. ze leven. ik ben. hehe. Wat een zin. Ik zwem als een vis door de stad.
Wat een reis. Ik heb veel geleerd. Ik kon je niet steeds schrijven want er was de rust niet. geen rust om na te denken, ik vond het meer een oefening in zijn. onderweg zijn. met alle schoonheid en alle ongemak. Vier mannen op reis. Eindeloos gesprekken. Ik denk dat het voor ons alle vier heel bijzonder was, om volstrekt andere redenen. Ik was blij dat manuel mee was. met manuel kon ik hangen leren. Manuel kon me laten zien hoe je met de mensen die om je heen zijn een band kan maken. te accepteren, dit zijn ze. Ook al zijn het op het eerste gezicht vervelende verkopers, of een gids die niet wil. Het ijs breekt als je oprecht bent. Als je blijft als andere boos weglopen. Als je iemand in zijn waarde laat die je irriteert en dan zegt. Ik was blij met mauel met wie ik kinderachtige spelletjes kon doen. en ik kon me soms irriteren aan hans, onterecht waarschijnlijk, maar soms ken je iemands makken zo goed. Maar ook was ik blij met hans zijn determinatie. De serieusheid waarmee hij de film maakte. Hans was eigenlijk de hele reis aan het filmen. Ik vond dat voor hem wel jammer, maar blijkbaar wilde hij het niet anders. Hij had besloten deze reis door het oog van de camera te beleven. En met ons. Niet zozeer met de mensen die we ontmoeten. Misschien kon het ook niet anders.
Voor ons was het in ieder geval bijzonder. Onze hele reis is daarmee gedocumenteerd.

Ik kan je veel schrijven. Dat begrijp je. Ik kan overal beginnen. Vier mannen met een grote geliefde in een busje door het contignent. vier mannen met hun eigen twijfels en problemen, die hun levens in europa niet op poten weten te krijgen en het elders zoeken. Of het geluk elders vinden. Of vier mannen met zwarte jonge vrouwen. En dan al die contrasten. Manu die net komt kijken wat afrika betreft, maar alles in zich opneemt en over veel dingen hier al meer weet dan wij allen bij elkaar. ik die op weg ben naar een ander avontuur. Hans met zijn liefde en twijfels in Kameroen.
Hoe kunnen mensen zo open en zo spontaan zijn. zo hier en nu. Zo zonder vooringenomenheid en zo onvoorwaardelijk. Geef mij een antwoord, ik weet het niet.

Door de sahara en door het woud. Ik heb nu de sahara doorgestoken. In het midden. Ik vlieg nu over het woud van congo. misschien nog wel onbegaanbaarder. Misschien moet dit de volgende reis zijn. het bos doorkruisen met een piroge en een paar droge schoenen.

Ik weet niet zo goed wat ik verwacht had. Als altijd vertrok ik weer in een enorme puinhoop. Op het laatste moment de hele wereld nog moeten omploegen. Het afscheidsfeestje was erg leuk. Daarna nog afscheid van monika. een paar uur slapen, en dan met transavia tussen de jonge ouderen naar malaga. Niets wees erop alsof het het begin was van een grote reis. En dat bleef wel even duren. Vertrekken in winter heeft iets abnormaals. Je krijgt een zon die nog niet verdiend is. je lichaam blijft zich nog schrap zetten tegen de kou. Je bent nog gesloten, in jezelf gekeerd.

Af en toe moet ik je iets vertellen wat ik zie. Ik zit in het vliegtuig naar kinshasa en zie ver onder mij de congo stroom. Sinds een uur vliegen we over een blauwgroen tapijt van boomtoppen. En dan nu ineens een wijde bruine modderstroom vol eilanden. De congo rivier of een van zijn zijtakken. Tien kilometer beneden ons ligt het einde van de wereld. In het vliegtuig het moderne congo. ik moet stil lachen om de collectie van gouden broeken en donkere t shirts, een man in vlekkeloos wit pak zit voor me, met een gouden t shirt en een zonnebril. Hij is overigens heel vriendelijk. Daarnaast donkergekleurde basebalpetjes en jean combinaties die bij de tropen horen. Het is een karikatuur van het afrika waar ik vandaan kom. West Afrika, met zijn gematigde islam, de stad die een dorp is gebleven, de rust en de hitte. West Afrika is trots, dorps, onvoorstelbaar vriendelijk en met een beheerst en bescheiden zelfvertrouwen. Het bestaat, als je mijn indruk op een kaart zou moeten weergeven, uit gezichten. Uit mensen. Uit de warmste vriendelijkste en eerlijkste mensen die ik ken. Het landschap is bescheiden. Een langgerekte dorre vlakte vol struikgewas met af en toe wat bomen en een dorp. Het leven bestaat er uit samenzijn.
Goed – terug naar het begin. Ik kom aan in Malaga. Mijn vader heeft – samen met Anne Marie – een piepkleine vriendin van hem die in Montpellier woont en het eerst stuk van de reis tot Alicante meereist – een appartement voor twee nachten in Torremolinos gehuurd. In gedachten had ik twee dagen rond te dwalen door Cordoba, alvorens de echte oversteek te maken naar het moorse rijk, naar algerije. maar goed. Alle verantwoorde culturele uitstapjes meteen in de prullenbak. Op naar het seniorenparadijs. Mijn vader en anne marie zijn moe, ze hebben drie dagen achter elkaar gereden in de bus – over kleine weggetjes van montpellier naar malaga. Ze moeten uitrusten. Dus zit ik een dag in de zon op een terrasje aan zee mijn werk af te maken. Het is bijna 18 graden, af en toe neem ik een duik in de ijskoude zee. het is al bij al prima, de mensen erg vriendelijk. De rust een zegen. S avonds eten we in een cafeetje in malaga en ga ik op zoek naar een muskietennet voor onderweg, die in winters spanje volledig onvindbaar blijkt. Het lijkt wel vakantie.
De vanette heeft zich goed gehouden en zit overvol. Wij wennen aan elkaar. ik en mijn vader. Ik moet wennen aan zijn comfortabele traagheid. Hij aan mijn koorts om door te gaan. Het is totaal onwerkelijk dat we de woestijn willen doorkruisen. Ik maak een foto van mij en mijn vader op het strand. Hij rillend in een dikke bordeaurode trui staande op het strand van torremolins, op de achtergrond de flats voor de touristen, ik in mijn zwembroek net uit de zee. zo ver zitten wij nog uiteen.
Op donderdag rijden we van malaga naar alicante. Vijfhonderd kilometer over een prachtige kustweg. We eten en zwemmen aan het strand, we lopen een uurtje door de bergen, en mijn vader becommentarieert de irrigatiewerken. Overal zie je plastic kassen, waar aan tuinbouw wordt gedaan. De provincie die dertig jaar geleden de armste van spanje was, en die zich kon meten met afrika, is nu een van de rijkere regios. Mijn vader is vol lof. En hij begint zijn landbouwkundig commentaar alvast, wat hij de hele reis zal volhouden. Een rijdend college in plantennamen, grondsoorten en erosieproblemen. Als een tweede natuur die telkens weer de kop op steekt en ons tijdens de hele reis niet meer zal verlaten. Vraag het maar aan manuel. Als geen ander weten we de Acacia Senegalesa te onderscheiden, of een tekening te maken van een irrigatieveld op een laterietplateau. Het heeft ook iets geruststellends, dat er mensen zijn die gewoon veel ergens van weten. En niet zoals wij – zogeheten kunstenaars – prutsers zijn zonder vak.
In het begin ben ik met een zonderlinge man op vakantie. Een vriend, een eenling. Twee eenlingen. Ergens tijdens de reis verandert het, wordt hij ineens mijn vader. Heel vanzelfsprekend. Heel onnadrukkelijk. Heel onverwacht. Ik weet niet wat doorslaggevend was. of ik me ineens als zoon ga gedragen, of hij zich als vader. De recalcitrante zoon en de charmante vader. Later bedenk ik me dat hij gespannen was. ik had het niet zo door, maar mijn vader was behoorlijk gespannen voor deze reis. Hij vroeg zich af of hij het wel aankon. Of het niet te zwaar zou zijn. laat staan alle gevaren.
misschien dat op een gegeven moment het niet meer uitmaakt wat je doet, maar dat de omgeving je definieert. in zwart afrika ben je wie je bent. Ben je de zoon van je vader, niet de theatermaker uit nederland.
En zo voegen we ons langzaam in onze rollen, maar nu nog lang niet.
We zijn nog in spanje. Tussen de opgewekte vijftigers die overwinteren in de zon. Vrijdagochtend haal ik Hans op in Alicante. Hij komt aan met transavia, en ziet er zeer vermoeid uit. Hij heeft geen seconde geslapen en is duidelijk toe aan rust. Hij heeft de hele nacht muziek gebrand om muziek te hebben tijdens de reis. Na twee dagen Algerije begeeft onze geluidsinstallatie het al, dus veel lol hebben we er niet van gehad. Totdat we in Niger zijn en Manuel tot zijn eigen verbazing de geluidsinstallatie zonder inspanning weer tot leven wekt. Maar dat terzijde.
We doen inkopen bij een hypermarche – twee weken eten als er iets gebeurt tijdens de reis.
Als annemaire vertrokken is met de trein en we naar de haven rijden begint onze reis. We rijden de haven in – waar alles nog uiterst overzichtelijk is, en belanden in de overvolle rij voor de ferrie naar Algerije. honderd overbeladen autos en busjes, vol snordragende algerijnse mannen en af en toe een gesluierde vrouw. Onze vanette valt totaal niet op tussen deze verzameling schroot. En is opvallend licht beladen vergeleken bij de rest. de aankomst is volstrekt chaotisch. Niemand vertelt dat je een instapkaart moet halen, dus we belanden pas in de rijen als de rest al binnen is. de ferrie zelf is al als Afrika. Het busje voor ons heeft al een lekke band als hij de ferry oprijdt, dus moeten we wachten hoe hij zijn band vervangt. In het autodek houdt iedereen zijn motor lekker draaiiende, zodat het zwart ziet van de rook. We sluiten snel de auto af en gaan op zoek naar onze hut. hoewel de overtocht schreeuwend duur is, lopen de toiletten al over voor vertrek en lopen de kakkerlakken tussen de stapelbedden. Vier krappe bedden in een kajuit midden in het schip. De boot zelf heeft de sfeer van een verlopen huwelijk aan de kaspische zee –louter mannen. Een grote kantine met tafels in rijen en algerijnse muziek. Troosteloos. De gangpaden zitten verstopt met mensen, het lijkt wel of iedereen alleen maar in de gang wil zijn. op de grond slapen mensen, in hoekjse verzamelen mannen zich alszof ze druggstransacties ondernemen. De nacht is kort. de volgende ochtend komen we aan in algiers. In de eerste zonnestralen zien we de stad die ik enkel ken van de bomaanslagen. Het ziet er van ver uit als een mediterrane hoofdstad aan zee, statige gebouwen. Kleine straatjes. Een bunker van steen.


op 15 mrt 2009, om 21:30 heeft Lotte van den Berg het volgende geschreven:

lieve guido

waar beginnen?

vrijdag avond laat thuis. houthakken voor in de kachel. overenthousiast een beetje. overmoedig ook misschien. in ieder geval vol energie. en onvoorzichtig waarschijnlijk. er vloog een stuk hout recht omhoog. tegen mijn oog. moet een rare knoest in het hout geweest zijn. ongelooflijk harde klap tegen mijn wenkbrauw. moest gehecht worden. eerste hulp midden in de nacht. nu twee hechtingen boven mijn rechteroog. zonder verdoving. voel me een zeerover. gehavend en gelukkig.

er gebeurt veel. we bouwen een huis. een werkplaats. een zaal. het is geweldig. veel mensen over de vloer. zoete inval van nieuwsgierigen. het vertelt zich rond. daar in het energiehuis zijn mensen aan het werk. er staat iets te gebeuren. afgelopen donderdag plots twee vrouwen uit kinshasa aan tafel. toeval eigenlijk. ik neem morgen weer contact met ze op. ze willen graag meewerken en voelde zich gevleid toen ik vertelde over onze plannen volgend jaar en jouw werk in kinshasa nu.

boven hebben we vier kleine studio’s gebouwd. om te werken, schrijven, tekenen, denken. woensdag was nathalie hier. in de eerste studio na de trap hebben we de nieuwe montage van enfants sorciers bekeken. het wordt mooi. ben benieuwd wat je er nu van vindt. meer aandacht voor de ontwikkeling van de verhalen. minder verschillende lijnen door elkaar en dus meer tijd om in te voelen, te begrijpen. nog altijd laat de film je in verwarring achter. het blijft onmogelijk te geloven dat deze kinderen werkelijk geloven in hun eigen hekserij. dat ze mensenvlees eten en rondvliegen op pindaschillen. en nog moeilijker is het te begrijpen dat de volwassenen misbruik maken van dit fenomeen, van dit geloof. het zelfs creeeren, groter maken. de mens heeft de imaginaire wereld nodig om zich aan vast te houden en zich te wapenen tegen de realiteit. zoveel is duidelijk. ik laat de film snel aan de anderen zien. ’s avonds vaak film-avonden in het buurtcentrum waar we slapen. een kleine lege theaterzaal met blauw linoleum op de vloer is nu de bioscoop.

het voelt vaak alsof ik op reis ben. neem me steeds weer voor om ’s avonds gewoon naar huis te rijden, maar wegens wijn, goede verhalen en tot diep in de nacht doorwerken blijf ik dan toch meestal in dordrecht slapen. de volgende ochtend onderbroeken kopen bij de zeeman en tandenborstel lenen van ank. ik ben graag overal.

het ontroert me, te zien wat thuis betekent voor mensen. voor mezelf. en ik vind het geweldig een gastvrouw te zijn. de deur open doen en welkom heten. er is altijd koffie en iets te eten. mensen blijven hangen. gaan liever nooit meer weg. en ondertussen werken we. website in aanbouw al de lucht in. tekeningen, foto’s, beelden overal in het gebouw. nog te monteren film in de computer van willem. over een paar weken de eerste voorstelling.

ik dacht een tijd lang dat reizen alles was en besef me nu hoe heerlijk ik het vind een thuis te hebben. raar. ja. dat vind ik ook. maar goed. een thuishaven. om weg te gaan en terug te komen. een plek waar je mensen kan uitnodigen. een plek waar anderen naar toe kunnen reizen. toto en paco misschien. jij ook.

vorig weekend african night in arina’s. daouda had me uitgenodigd. hij komt uit ouaga. toevallig? een hele lieve en betrouwbare man. ik ontmoette hem in de stad. zomaar. hij zat koffie te drinken in een diakonaal van de kerk, voor mensen die verlegen zitten om een praatje. ongelooflijk hoeveel van dat soort plekken er zijn. overal buurtwerk en aandacht. teveel? ik loop de laatste weken overal naar binnen. om te kijken, mensen te ontmoeten, contacten te leggen. en daar zat daouda met een antilliaanse vrouw. binnenkort neemt hij me mee naar congolese mensen thuis in dordrecht. de african night was een beetje treurig in t begin maar rond een uur of 2 was ik dan toch even echt in afrika. jeffrey, een jongen uit nigeria, sleurde me de dansvloer op en ik ging uit mijn dak. volledig en ongegeneerd. ook in nederland kan je de afrikaanse mannen shockeren en gek maken. dat weet ik nu. romolo, een cubaanse neger, waarschuwde me. be careful. everybody wants to eat you. hij ook. ben alleen naar huis gegaan. vrijdag weer een feestje.

hier in nederland nu iedereen gek van crisis. de rampspoed wordt zoals altijd gekoesterd. iedereen alles en overal spreekt over recessie en ontslag. mensen zijn bang denk ik. dat ze in armoede leven moeten. en dat ze het niet meer kunnen waarschijnlijk. dat ze er achter gaan komen dat hoogmoed inderdaad voor de val komt. en wij niet alles weten kunnen en bepalen. een luchtbel ontploft. kapitalistisch ideaal gebroken. zo voelt het echt. is wonderlijk zo’n keerpunt. vaak krijg ik het gevoel dat het alleen in de hoofden van mensen bestaat. de koersval reageert op twijfels en niet andersom. plots verloren we onze hoop. ben benieuwd waar dit naartoe gaat. romantische visioenen van mensen dichtbij zichzelf, de aarde en elkaar liggen voor het oprapen. nog meer achterdocht en wantrouwen is ook goed mogelijk in tijden van schaarste. maar zover is het nog lang niet. voorlopig vrezen we voor een val van de economie naar het niveau van 2006. en of we ons daar nu werkelijk zulke grote zorgen over moeten maken…..

lieve guido. ik vond het heel fijn om te lezen over de reis met je vader. dat jullie langzaam vader en zoon werden ontroerde me. ik kan me er wel iets bij voorstellen. ik nu hier in herwijnen, wonend vlakbij mijn moeder. voortdurend verzet ik me tegen de afhankelijkheid die ik voel. nog altijd ben ik op een rare manier een puber dochter die zich los vecht en zelf alleen en onafhankelijk wil zijn. de druk om iemand te worden, een individu te zijn, is ook mij niet vreemd. rijdend door de woestijn, in een land waar een familie het enige is wat je hebt, weer zoon van een vader en dochter van een moeder zijn. mooi. vanmiddag samen met mijn moeder in de tuin gewerkt. graspollen getrokken en aardperen geplant. de krokussen bloeien.

hoeveel mensen denk je dat we mee moeten nemen volgend jaar? zullen we als je terug bent in mei een eerste overleg plannen? wie zal ik uitnodigen? kunnen er kinderen mee naar kinshasa of is dat echt onverstandig? heb jij al een productieleider aldaar?

nog altijd een beetje jaloers op jouw daar zijn in hitte en chaos. maar heel gelukkig hier. met liefs!

lotte


Op 16 mrt 2009, om 11:09 heeft guido kleene het volgende geschreven:

lieve lot
ik ga je brief lezen zodra ik hem kan downloaden
voor het gemak graag ook in een mail, downloaden in de cyber is niet altijd handig hier
en je kan beter ook naar dit adres forwarden
hotmail werkt in congo slecht
lfs
guido

kinshasalotte.doc

Lieve lotte
Daar ben ik dan. Terug in mijn heimat. Weg is het rode stof uit de woestijn. Hier ben ik. In kinshasa. de hoofdstad van de grootste puinhoop op aarde.
Ik ben hier nu ruim 24h. en het is weer alsof ik niet weg ben geweest. Het is dansen in een minibus door de puinhopen van straten, waar de regen enorme modderpoelen heeft achtergelaten en waar de hele stad aan het eind van de dag aan het bier gaat. hoofdstad van het hedonisme. Hoofdstad van de waanzin. Ach, het is ook gewoon kinshasa, waar iedereen vooral knap wil zijn, en creatief, en het goed wil hebben. Hier niet de weldadige rust van west afrika, waar trots heerst en beheersing. ik kan je de aankomst op het vliegveld alleen al beschrijven. Maar je zal denken dat ik in een jungle ben aangekomen, in een wild land waar het nauwelijks te overleven is, maar dat is ook niet waar. Nu ik uit west afrika kom, begrijp ik ineens dat jij met een andere blik naar kinshasa keek dan ik, toen je hier voor het eerst kwam. Voor mij is het de hoofdstad van een magisch land, van een land waar de mens in volstrekte anarchie leeft, en waar de verhalen belangrijker zijn dan het leven of de rede. Maar ook Kinois zijn niet gek. Voor jouw was kinshasa een smerige overvolle stad. Waar ik de geesten denk te zien in de nacht, ziet een ander smerige uitlaatgassen. Waar ik kindheksen zie rondvliegen, ziet een ander de tegenkant. Een land dat zijn tradities te grabbel heeft gegooid voor een goedkoop soort kapitalisme.
Ik ben als altijd verward en blij hier te zijn. Congo heeft de nieuwste Afrika cup gewonnen – een nieuw tournooi waaraan geen voetballers mogen meedoen die in europa spelen. Gistermiddag zou het winnende team aankomen in kinshasa, ongeveer gelijk met mijn aankomst uit Ethiopie. ik stapt uit het vliegtuig in een aangename vochtige hutte. Op het vliegveld zelf heerst een enorme chaos, die weliswaar is afgenomen in vergelijk met vroeger, toen ook het platform helemaal vol mensen stond, die met of zonder uniform bagage open maakten en paspoorten innamen. Maar nog altijd is het een mierennest van mensen in uniform en zonder uniform, die zich overal mee bemoeien. Die paspoorten innemen om geld te vangen, die de begageband oplopen, of onder de bagageband door de bagage doorgeven. de hoogste soldaat staat op de grootste koffer– dat is de enige manier om nog overzicht te houden. Ondertussen maken alerlei mensen ruzie en trekt iedereen aan de koffers. Af en toe lukt het een politieagent de passagiers of de militairen in een rij te krijgen, maar binnen de kortste keren is het weer een puinhoop. Geen enkele regel is heilig. Daarom zijn er zoveel militairen, alsof dan de kans kleiner is dat iemand erdoorheen glipt. Bij de bagagecontrole staan twaalf douane mannen in een koffer te graaien. Als ze mijn rugzak zien, kom ik er zonder problemen langs. dan naar buiten. Groepjes mannen hangen rond in een vrij leeg parkeerterrein. Maar dan erbuiten. Misschien wel tienduizend jongeren staat te juichen aan de rand van het vliegveld. Ik kom in een moeizame onderhandeling met een taxichauffeur – die vijftig dollar wil om me mee te nemen. hij zegt dat het buiten gevaarlijk is. ik zie de totaal chaotische menigte en besluit hem gelijk te geven – voor twintig dollar dan. We rijden met zijn taxi de menigte in. tienduizenden jongeren – de een nog jonger dan de ander – in lompen, juichend, rennend, proberen zich op elk langsrijdend voertuig te storten. De chauffeur rijdt veel te hard de menigte in. ondertussen slaan de jongeren met vuisten op de auto. Anderen hangen aan de ramen of aan de achterdeur. We blijven rijden, maar incasseren nog steeds klappen. Gelukkig zijn de ramen donker, als ze zouden zien dat een blanke in de auto zat, zou het nog erger worden. schoppen, klappen op het metaal. Mensen die aan de deurportieken rukken. Kinderen nog, maar met macht. De hele weg van het vliegveld naar de stad blijft het zo. Overal groepen opgeschoten jongeren. Die joelend op straat hangen. En menig voertuig hebben ingenomen. We rijden langs een vrachtwagen, waar honderden jongeren zijn ingeklommen. De chauffeur is gevlucht. Ik kan me ineens iets voorstellen bij de angst voor de sheges. Voor de straatkinderen die de stad onveilig maken. wat een aankomst. Dichter bij het centrum wordt het rustiger. Het vliegtuig met de spelers schijnt pas morgen aan te komen. Dus morgen nog zo’n dag. Het huis van daan is de rust zelve. Ik doorkruis de stad met guy georges. ik beleef een wilde nacht, want dit is kinshasa. dat is ook de reden waarom deze stad me zoveel doet. het is hedonisme – dat zeker – of leven op de rand van de waanzin. Maar we met stijl. Ik ken geen stad met zoveel mooie mensen. Sexy vrouwen die confronterend naar je kijken. Niet de bescheidenheid van ouagadougou. Hier is alles te koop. Ik geef toe. Ik hou van dit kinshasa. t is onuitputtelijk ordinair en kapitalistisch, maar ook creatief, eigenzinnig en zelfbewust. Niemand zal hier voor de blanke buigen. Ik ben de enige blanke in de stad. Zo voelt het. Het zal niet zo zijn, maar vandaag ben ik de hele dag in de cite geweest, en heb honderdduizend mensen gezien, niet een blanke. honderdduizend omdat ik bij het concert van werason ben geweest. De grote held van de sheges, de grootste ster van congo, die zingt voor de winnaars van de voetbalcup. In het donker. Met straatlantaarns die telkens uitvallen en duizenden mensen die naarstig heen en weer gaan. Iemand loopt ruw tegen me op, ik voel een hand graaien in mijn achterzak. Voor het hoogtepunt ga ik naar huis. het lijkt me niet de beste plek om te in het donker zijn. tussen de feestvierende straatkinderen. Kinois zijn creatief. Het zijn geen denkers. Ze zijn artistiek, kijk maar naar de verhalen van de kindheksen. Congolezen willen geloven. Het wordt superspannend hier een voorstelling te maken over dit onderwerp. Het voelt ook vreemd, als buitenstaander, je op zo een gevoelig pad te begeven.ik hou je op de hoogte. Tot snel
guido

Op 20 mrt 2009, om 14:54 heeft guido kleene het volgende geschreven:

Lieve lotte

dank voor je mooie brief, het klinkt alsof het heel goed is daar in dordt en alsof er heel veel gaande is, ik zou er best een dagje bij willen zijn..
geniet ervan, en beterschap met je oog, ben benieuwd hoe de eerste
onmoetingen zijn en de eerste presentaties???
hier alles prima
ik heb je steeds wat geschreven dus doe nu maar een hele hoop

Dimanche 15 mars
Ik ben nog steeds blij om hier te zijn. het zal je niet verbazen, maar mij wel een beetje – want het gaat op en neer. Misschien is het daarom dat ik zoveel van deze stad hou. Het is zeker geen onverdeeld genoegen. Maar het is een stad die telkens weer verbaast en die veroverd moet worden. Het is een stad die telkens weer geleefd moet worden. een stad die telkens weer van je eist om van haar te houden. De meeste simpele dingen zijn onmogelijk. Ik bedoel. Daan woont in macampagne – de wijk van de rijken. Een mooi huis met een grote tuin, nog helemaal leeg overigens. Macampagne is een ramp, voor iemand als ik die geen vervoer heeft. Omdat het de wijk van de rijken is, zijn er nauwelijks taxis of busjes. Taxis en busjes zijn de enige manier van vervoer. Zojuist heb ik een uur langs de weg gestaan voordat ik werd meegenomen. Als er een taxi stopt, volgt er een worsteling. Wie het eerst zich in de taxi heeft gewurmd wordt meegenomen. Er zijn ook weer jonge mannen, die je honderd franc geeft voor een plaatsje in de bus. Zij wurmen zich dan in plaats van jou in de bus, en als ze de plaats veroverd hebben, moet je snel komen om de plaats over te nemen. S nachts is het helemaal lastig, want s nachts is de wijk onveilig, en heb je al helemaal weinig vervoer. Moet je tien dollar betalen aan een taxi om deze wijk in te willen. Ik ben dus op zoek naar een kamer. Een kamer in een parcelle – een van de volksbuurten. Het zal wel waanzin zijn, maar ik het er erg veel zin in. het vinden van een kamer is ook niet makkelijk, want je moet tien maanden vooruit huur betalen, anders wordt je door de huisbaas geweigerd. Bovendien zijn er weinig woningen, en moet je meteen beslissen. Er zijn tussenpersonen die je naar kamers kunnen brengen. Ze hangen rond in de luwte van een boom bij bandal. Als je naar een huis wil, moet je loopgeld betalen. Twee of drie dollar, alleen om het huis te zien. c’est le Congo. alles moet betaald. Niets is voor niets.

Overdag is het bloedheet – ik rij per lokale busjes van wijk naar wijk, zwetend en puffend, als ik wil internetten valt de electriciteit uit, als ik een afspraak wil maken, staat er een urendurende file, tussen hier en het centrum. Ondertussen zingt de soukous, zonder ophouden. Overal, de opzwepende dansmuziek van congo. die maakt het geheel uiterst dragelijk. En al snel ga je je hetzelfde gedragen. de dag is zwaar – overdag kost alles moeite. De nacht is koel, de nachten zijn de mensen prachtig, is er bier en muziek en lijkt alles mooi. De nacht en de slechte verlichting zorgen ervoor dat de puinhopen onzichtbaar zijn, de gaten in de weg zijn weg. De nacht is goed..na butu esa malamu. Ik geniet. Van kleine dingen. En wordt steeds vrolijker van niks. Van weinig. Van langs de weg staan, en net zo lang moeten wachten als de congolezen die naast me staan. Eerst vinden ze me nog een rare mundele. Langzaam breekt het ijs. Samen wachten. Een beetje meewarig lachen om de miserabele staat van alles in congo. en toch trots zijn. kinois zijn direkt, ik vind het aangenaam, ze hebben geen enkele behoefte om de blanke als meer te zien. ik kan hier verdwijnen en toch aanwezig zijn.

Ik kan je vertellen over de nacht gisterenavond. Met de nederlanders van de bralima. bralima is heineken in congo, de grootste bierfabrikant. Ook zo een vreemd gezelschap. Met mijn bevallige maitraisse. Maar misschien kan ik je beter vertellen over andere zaken.  Ik zal proberen uit te leggen hoe eenvoudig het leven hier lijkt. Eten is eten. dansen is dansen. zoenen is zoenen. Niet in de platte zin van het woord, maar in de weldadige zin van de woorden. De woorden zijn de woorden. Werken is werken. Helemaal, volledig, inbeslag genomen worden. dansen is dansen. Geld vragen is geld vragen. Alles kan je volledig doen. met overgave. Zonder gene. En dat maakt het leven soms op een buitengewoon aangename manier eenvoudig. Want de woorden vullen je ook volledig. Eten vult, want het is helemaal eten. Drinken is drinken. sex is sex. In de volle betekenis van het woord. Geen poging om iets anders te bereiken. Laat de woorden volledig de woorden zijn. Dan is leven weer echt leven en de dood echt de dood. het klinkt platter dan ik het zou willen. Het is niet zo dat de dood hier lekkerder smaakt, maar het is wel zo dat het leven hier meer leven mag zijn. omdat het schaarsel is, of omdat het moeilijker is om ergens te komen, omdat alles moeite kost.

Ik leer een beetje lingala. En ondertussen ben ik aan het werk. Ik heb gesprekken met toto. Het ging me allemaal wat langzaam, maar ik heb nu het gevoel dat er schot in de zaak komt. er moet een enorme berg werk verzet worden in de komende weken. Maar soms gaan de dingen hier ook ineens heel snel. Oh ik heb ontmoetingen ik kan het je haast niet uitleggen. Ik heb echt veel lol met weinig. Tot gauw.

Ma 16 Een zeer goede dag. Maandag. Na een mooie nacht vol geheimen, neem ik het transport richting de stad. Tsibongo. Boulevard. In een overvolle minibus
zit de mundele. Het gaat als een lopend vuurtje door de wijk. Ik merk het als wildvreemden me ineens beginnen te groeten, op vreemde plekken in de stad. Mensen die ik nog nooit gezien heb. maar zij mij wel. Wachtend bij de bushalte. Of we hebben samen in een bus gezeten, ze waren nog speciaal voor mij gestopt. Ik wordt hier langzaam dikker. Ik denk dat als ik lang in congo blijf, dat ik uiteindelijk met een dikke pens hier enkel bier sta te drinken, een dikke mundele met jonge meisjes om zich heen. nachtmerrie. maar toch. Ook
wel aangenaam. Gesprek met yoka. Yoka is de toneelschrijver uit de documentaire. Ik zoek hem op met toto. We willen hem in een discussieavond gebruiken, als research – die we meteen gebruiken. Hij stemt toe. Ik vraag hem naar een produktieiemand, en hij geeft twee namen. Ik vraag hem of hij in het comite ter aanbeveling wil zitten. hij stemt toe. De dag is goed. Ik ga
daarna naar de ambassade – Marloes, zonder stem, is uiterst charmant – maakt grapjes – helpt waar nodig, wat een heldin van een secretaresse. Ik eet met toto een broodje op straat – wat tot grote consternatie leidt – de vrouwen die broodjes verkopen beginnen te joelen en te applaudiseren. Ik begrijp eerst niet wat er aan de hand is. Ze kunnen er niet over uit dat de blanke onze broodjes eet. We maken grapjes met de vrouwen. En we lopen. het vervoer in de stad is zo slecht geregeld, dat iedereen moet lopen, tenzij je een eigen auto hebt. Dan gaan we bij een kunstenaar langs. hij heet yotalatala, le ministre de la poubelle. Hij heeft vreemde benen - een soort eendebeneb, een misvorming uit zijn jeugd, en hij is uiterst gepassioneerd. hij werkt met
alles wat hij vindt. Het is een superleuk gesprek, hij bevestigt allerlei dingen die ik al hoopte. Dat we met de voorstelling naar de arme wijken moeten. Dat we bier moeten schenken. Dat we een acteur uit een theatre populaire moeten nemen. omdat we anders nooit het publiek bereiken wat we willen bereiken. Eerst zegt hij hele correcte dingen over hekserij, maar als ik zeg dat ik niet zomaar wil zeggen dat hekserij niet bestaat, draait hij volledig om. en je merkte dat hij er helemaal in gelooft. Dat maakt het gesprek nog interessanter. Hoe vertel je een verhaal over kindhekserij in een alnd waar iedereen in hekserij gelooft. En hij zegt – je moet een komedie maken – een tragedie dat werkt hier niet – je moet humor hebben. Om iets echts te willen vertellen. Ik ben het met hem eens, nu zeker. En hij zegt – hoe ga je iets duidelijk maken waar iedereen in gelooft… het is een gesprek voor een vervolg We rijden door – naar victoire – naar een kunstenaar die alleen maar met lepels en vorken kunstwerken maakt – van wel meters hoog. Het is een leuke jongen. samba. Heel sympathiek. Jij zal hem ook leuk vinden.. hij doet het al sinds zijn jongensjaren – beetje knutselen met bestek. Hij maakt echt enorme beelden, allemaal zonder hoofd. Het is bijzonder. Hij vertelt dat hij onlangs van hekserij is beschuldigd. Door zijn eigen familie. Terwijl hij het huis voor hen gebouwd heeft en betaald, is hij praktisch uit zijn huis gezet. omdat hij een baard heeft en zich vreemd kleedt, vaak nemen ze hem voor een gek. ze hebben hem verstoten, de enige in de familie die wat
verdiende..Dat soort dingen. We drinken en lachen. Rond victoire is het geweldig de sfeer. Ik geniet. We eten pundu en ik ga naar huis.

Het lingala zingt zangerig. Het klinkt poetisch. Ik hou van deze taal. Oso monde. Tika.. Mobali – mibali. Het lingala schalt overal op opstuwende gitaarloopjes door de stad. Overal en altijd. In de taxi. in de bar. Thuis. altijd en overal zijn er liedjes. Iedereen bezingt de stad. De liefde. De congo. het leven. De nacht. De verleidingen. En heel veel over god. Je kan nergens heen zonder die muziek. Onuitstaanbaar vrolijk wordt ik ervan. De muziek is altijd vrolijk. Vaak zingen mensen rustig mee. In de taxi, op straat. ik zou al die liedjes willen begrijpen. ik zing ze zachtjes mee. Ba yebi singai le lona tongo na ba linga aminatu– on ma dit que au jourdhui matin j etais avec mon ami aminatu. Het zijn de oude congolese meesters uit de jaren zeventig.

Donderdag De dagen gaan voorbij. Er is voortdurend iets. Nu is er weer geen water.
Ik douche me al een paar dagen met een emmer.
Afrikanen hebben een vermogen om te tolereren, van anderen. ik denk dat wij dat vermogen gaandeweg zijn kwijtgeraakt, ergens onderweg, toen we te druk bezig waren onszelf te perfectioneren en ons leven te stroomlijnen en vergaten dat we mensen zijn. Als je hoge eissen aan jezelf stelt, is het misschien moeilijker om fouten van een ander te accepteren en kan je het niet veelen als een ander steken laat vallen. Ik denk dat het zo iets moet zijn, dat ons gaandeweg heeft afgeleerd om ruimhartig te zijn. afrikanen zijn uiterst ruimhartig vind ik. Ze zijn geneigd om elkaars fouten te vergeven. Als ik in een taxi stap en per ongeluk op iemands voeten sta, dan wordt me dat vergeven. Als een politieagent om geld vraagt op de weg, dan is er begrip voor het feit dat zijn salaris ontoereikend is.Als een dief steelt, dan begrijpt men dat hij geld nodig heeft, al wordt hij evenhard geslagen. Als een man vreemdgaat, dan is er begrip voor de zwakheid van het vlees. Als er gedronken wordt, is er begrip voor de uitspatting. Als iemand niet op tijd komt, dan accepteert men dat hij in de file stond. Een uur, twee uur. Zelf als hij niet verschijnt. Ik kan mezelf verschrikkelijk opvreten over dit soort dingen en ik kan er ook erg van houden. Het is een ambivalent gevoel. Ik hou niet van de traagheid en de loomheid, en ik geniet ervan. De kinois klaagt ook hardop over alles en iedereen, maar of hij dezelfde strenge eissen aan zichzelf stelt is de vraag. In ieder geval is er begrip. Op de grote boulevard in het handelscentrum wordt overdag aan de weg gewerkt, waardoor er eindeloze files ontstaan. Het kost een uur om twee kilometer af te leggen. Iedereen klaagt dat er niet ‘s nachts wordt gewerkt, als er geen verkeer is – zodat het leven overdag gewoon door zou kunnen gaan in het handelscentrum van de stad. Maar er is ook begrip. De politici willen laten zien dat ze niet
alleen praten, maar ook resultaten leveren : dus moet het werk overdag gebeuren. Laten zien wat je doet is net zo belangrijk, zo niet belangrijker, dan wat je doet. het zijn de chinezen die de weg maken. dat is ook afrika. grote infrastructurele werken worden door de chinezen gedaan en betaald, in de ruil voor mijnbouw consessies.

vrijdag Gisterenavond ging ik naar Yolo. Yolo is de wijk waar het op dit moment gebeurt. Er is ambiance. Er is criminaliteit. Er wordt gedansd. Het is de plek waar straatkinderen een nieuwe muziek hebben uitgevonden. En een nieuwe dans. De zembe. Een supersexy dans van adolescenten, die voor elkaar dansen en naar elkaar kijken. Het lijkt erg op de funk carioca uit de sloppenwijken in brazilie. Ik wil in mijn voorstelling deze muziek gebruiken. Maar het lukt steeds niet om de het live te zien. misschien heb ik te nette congolese vrienden. ze vinden de dingen die ik leuk vind volgens mij ordinair. Zoals naar yolo om zembe te luisteren. In een overvol busje zitten, vinden ze ongemakkelijk. Dat is het ook. Maar t is ook bijzonder. Er gebeurt altijd iets. Als ik op victoire in het minibusje stap naar yolo, is iedereen bezig met de mundele – de blanke. Waar gaat hij heen, waarom zit hij in ons busje. Op straat wordt er gelachen en geroepen, de blanke zit in de kombi. De kombi is het goedkoopste transport. als ze erachter komen dat ik de wijk niet ken, is er meteen iemand die met me mee wil lopen. om me te beschermen, om me te leren kennen. Het is een dokter in opleiding, maurice. Hij vertelt over een ziek kind, die rage heeft. Hondsdolheid. Er zijn twee nieuwe gevallen
binnengekomen vandaag, de familie heeft geen geld om ze beter te maken. het ziekenhuis ook niet. dus gaat t met kleine beetjes. Er is net genoeg geld voor een medicijn, maar niet voor de hele kuur. Dus wordt het geprobeerd met de helft van de kuur. Dat soort toestanden. We komen aan in yolo. Het is een gezellige chaos, straten met terassen om bier te drinken, vuilnis, er is een begrafenis – een grote witte kist – met enorm veel bloemen en kitcherige kado’s. begrafenissen lijken hier net op grote feesten. Er staat een partytent. Er staan stoelen. Er zitten mensen in rijen te kijken en er klinkt muziek. Iedereen is op zijn best gekleed, maar zeker niet in het zwart. En er wordt gedronken. Grote groepen vrouwen aan het bier in afrikaanse jurken, waar vind je dat elders in afrika. Het heeft iets zigeunerachtigs – yolo. De jongeren in de wijk zijn scherp afgetekend. Coole kapsels, jonge meisjes met hippe jurkjes, veel te sexy. Veel te strak, met veel goud en felwitte lycra. Jongens gaan het liefst in gangster stijl – afgewerkte kapsels, geschoren patronen in het haar, opvallende sportkleding. En lang kroeshaar. Als ik langsloop zijn er groepjes opgeschoten jongens die me willen provoceren. Commando – roepen ze me na - omdat ik in een hemdje loop. Ik heb geleerd om hen te negeren, zodra je oogcontact maakt, kom je er niet meer vanaf. Willen ze geld, gaan ze om je heen staan. En als je geen geld geeft, verandert de sfeer. Worden ze boos, komen te dichtbij, op zoek naar een opstootje, dan kan je iets stelen... maar als je doet alsof je hen niet hoort, dan kan je rustig
voorbij lopen, en zal niemand je iets doen. het heeft iets aardigs in het criminele. Er moet contact gemaakt worden, je moet een ingang hebben bij iemand voordat je iets kan ondernemen. Ik heb afgesproken met guy georges, maar hij is te laat en heeft zijn telefoon uit staan. Ik heb geen idee waar ik moet zijn, dus wacht ik maar wat – op de hoek van een rommelig pleintje midden in de wijk. Het wordt langzaam donker, ik maak me wat ongerust, dit is niet echt de plek waar je s avonds alleen moet zijn. maar aan de andere kant is dit ook het avontuur. En maak je altijd contact. Een meisje van een jaar of veertien hangt een beetje rond, vlak naast me. Ze is in voetbalkleren. Ze speelt voetbal in een vrouwenteam. Als ze hoort dat ik toneel maak, wil ze meteen auditie doen. Ze spreekt geen frans, dus we praten met t beetje lingala dat ik spreek. Handen en voeten. Dan komt er een verlegen waterverkoper bij staan. En als snel is er een gesprek. Wie ben je, wat doe je hier. Laat die dans eens zien. het is aangenaam hier.
De avond gaat zo door. We gaan naar de bars waar de Zembe wordt gedanst. T lijkt een beetje op de plekken waar we in brazzaville zijn geweest, mensen die aan tafeltjes bier zitten te drinken, en af en toe ineens gaan staan om te dansen. Met zichzelf. Omdat de muziek zo stuwt dat je niet meer op je stoel kan blijven zitten. Vaak komt er een meisje aan tafel zitten, die meedrinkt en wel mee naar huis wil. De hele sfeer is uiterst louche, slecht verlicht, met goud omhangen mannen in witte trainingspakken, grote flessen bier. In de bars zijn bijna alle vrouwen hoertjes. Het klinkt stom om dat te zeggen, want een mens is een mens en niet alleen wat hij doet – een hoertje klinkt zo denigrerend. een hoertje is geen hoertje. En ook weer wel, want hoeveel lol je ook maakt, er is altijd handel. Er moet geld verdiend worden. Twee jongens doen een soort gestileerde copulatiedans. Heel mooi, heel stijlvol, dansen ze naar elkaar toe. En dan dansen ze in alle standjes die mogelijk zijn. t is erg komisch. En mooi. Twee jongens in innige omhelzing, met felwitte kleren aan. die dansen alsof ze met elkaar aan het seksen zijn, maar dan heel gestileerd.
We drinken en we drinken, en ik ben draaierig als ik diep in de nacht in de taxi stap. alleen thuis komen is altijd het spannendst. Thuis komen midden in de nacht, als je aan de andere kant van de stad bent. Het vervoer zijn shared taxi’s, die van de ene wijk naar de andere rijden op vaste routes. Drie taxi’s tot in de buurt van ‘t huis van Daan…als ze nog gaan zo laat in de avond. halverwege besluit de chauffeur naar een andere wijk te gaan – omdat ik de enige ben die naar tsjibangu moet. Ik heb het te laat door, ik wordt gedropt op een donkere hoek in de verkeerde wijk. Gelukkig staat er nog een andere taxi. ik maak me boos op de chauffeur die had gezegd me te brengen naar tsjibangu, en weiger te betalen. We komen tot een compromis, ik betaal de helft. En dan ineens grist iemand mijn geld uit de handen. Roetsj. En weg is hij. Het is maar 200 fc, nog geen twintig cent, maar toch. de donkere nacht in. een zwakke straatlantaarn, wat verkopers. De omstanders zijn bozer dan ik. De taxi chauffeur heeft zo met de blanke te doen, dat hij besluit me helemaal naar huis te brengen – tegen betaling uiteraard, maar niet zoveel. Een blanke zo bestelen in de nacht – dat doe je niet. ‘t is toch een barbaars land, volgens de congolezen...

Op 27 mrt 2009, om 15:11 heeft Lotte van den Berg het volgende geschreven:

(......) Het is geweldig te voelen door de vele woorden en zinnen heen hoe direct het leven daar is. niet moeilijk doen over dingen die niet moeilijk zijn! er is genoeg te zien en te beleven! er zijn veel mensen die ontroert op je schrijven reageren. denk dat het heel belangrijk is het op deze manier te delen. en last but not least vind ik het fijn op deze manier een heel klein beetje daar te zijn. heel veel liefs daar. snel een lange brief. nu rennen. helaas. altijd weer. met spoed de wereld tegemoet. gisteren feestje hier. nu brak.
kus
lotte

Op 30 mrt 2009, om 18:03 heeft guido kleene het volgende geschreven:

Lieve lotte
 
ik schrijf je wat ik geschreven heb, het leven gaat hier door. het is intensief, en ik wordt er wel rustig van. gaat het goed in dordt? en hoe waren jullie eerste voorstellingen?
ik heb een middag georganiseerd over hekserij - daar moet ik je nog van vertellen. dat was zeer bijzonder, een eyeopener. ik begin ook bijna mijn ploeg langzaam aan kompleet te krijgen. we gaan vanaf 6 april repeteren, als het allemaal lukt, en nu hebben we al bijeenkomsten.en audities met straatkinderen. tot snel
liefs
guido
 
Vrijdag 27 mrt Wat kan er veel gebeuren. Ik ben hier nu ruim twee weken. bijna drie. Het kunnen er ook vijf zijn. of een. Ik ben de tel kwijt. Ik leef op het ritme van de kinois, ga s ochtends het huis uit. De chaos in. strijd om een plek in een taxi of een kombi. Klaag over de drukte en de files. Ontmoet mensen, organiseer audities, ga bij opvangcentra van straatkinderen langs en geef daar toneelles. In de middag heb ik het heet, zweef door de stad, bevangen door de hitte en de uitlaatgassen, heb moeite mijn ogen open te houden, zit uren in taxis, minibusjes, uitelkaarvallende auto’s, puffend tussen tientallen benen lichamen hoofden, flirt me een weg langs de paraderende schoonheden, onmoet, droom, en lach. veelal in de taxi, als ik het gehad heb, moe van het harde werken, de absurde omstandigheden, de wegen vol gaten, de taxi’s die niet komen willen, de electricitieit die me in de steek laat, of als ik me wil wassen en het water komt niet, in elke situatie ontspint zich een gesprek, samen hebben we het heet, samen lachen we, samen beklagen we ons, en veroordelen, toch mild, en zeggen hardop – esa malamu – kinshasa la poubelle - het is goed hier.
En dan aan het eind van de dag, als de hitte het ondraaglijkst is, en iedereen vermoeid is, en alles wat de dag heeft gemist over je heen valt, valt de avond. Eerst de schemering die het donker aankondigt en die iedereen al rustig maakt, en dan de nacht. donker, vol schaduwen en vol mensen. Die eindelijk koelte geeft. Iedereen trekt zijn mooiste kleren aan, en de stad wordt een groot terras, de soukous zingt, en we drinken, grote flessen ijskoude primus, tussen de houtskoolovens en de geimproviseerde gril gemaakt uit een open oliedrum. We drinken, we dansen, en we hebben lol. Het donker valt om zeven uur, en dan zijn er nog vier of vijf heerlijke uren van koelte, van een goed gesprek, van pundu eten met chiquangwe, van versieren, van rust, van bezinning. Niets mooier dan de avond. De avond geeft de dag betekenis.
Ik ben hier nu wat langer, en de stad eist zijn tol. Er is zoveel, er is zoveel te doen, de stad heeft alle verleidingen, en ik wil ze allemaal beleven. Niet dat er veel te doen is qua films of theater, maar er zijn overal mensen, we gaan zembe dansen in yolo, of drinken en brochettes eten bij bandal bloc, of pundu eten op victoire, of naar het centrum, naar de plekken van de blanken, om te zien hoe de nederlanders het doen in de nederlandse club. Tussen de zwembaden en de airconditioning. Al die verschillende werelden in een. En ondertussen de kerken die dag en nacht doorgaan, er is eigenlijk teveel – ik zou erbij willen zijn en niet willen slapen, en dat doe ik ook niet genoeg er is een dansvoorstelling waar ik naartoe moet, en dan zijn er weer verleidingen..
Ik lees de stad. Ik begin hem te begrijpen. vandaag ben ik moe. Ik zit in de taxi, wil naar huis, er stapt een jongen in, een student. hij kijkt me aan, open gezicht, bonjour. Hoe ik de congo ervaar, dat wil hij weten. Of ik het goed heb in kinshasa.hij kijkt me verwachtingsvol aan. ondertussen rijden we langs een opstootje, de hele straat is in rep en roer. Een shege heeft een telefoon weggerist uit iemand die aan het bellen was, in een rijdende auto. Hoewel we vrij veel hard rijden, krijgen we dit allemaal in een paar seconden mee. De jongen herhaalt zijn vraag. de chauffeur luistert mee- nauwelijks merkbaar. Dat in congo alles goed is, kan ik niet echt zeggen. Maar dat het hier niet goed is, dat kan ik ook niet zeggen. Dat is mijn antwoord. De jongen begint te stralen. Dus je hebt het hier naar je zin ? ja. ik ben hier graag, hij glundert. Kijk, zegt hij, als ik vertel dat het in congo goed leven is, dan gelooft niemand me – want dat moet je zelf wel zeggen van je eigen land. Maar als jij – een vreemde, een mundele - het zegt, dan betekent het iets. Want dan is het zo. Zie je wel, ik zeg altijd : congo is het beste land om te wonen. Hij lacht naar de chauffeur, die hem volmondig gelijk geeft. De jongen staat er op dat hij mijn taxirit betaalt, zo voldaan stap hij uit. Ik weet niet wat er vandaag aan de hand is. Vanmorgen – in het overvolle minibusje -begon ook al iemand tegen me te praten: die wilde dat ik beaamde dat congo het vreedzaamste land op aarde is. ‘hier zijn de mensen alleen aardig, hier gebeurt nooit iets slechts.’ Ik had moeite hem gelijk te geven. In geen ander land zijn de laatste twintig jaar zoveel mensen gestorven aan de gevolgen van een oorlog als hier, vier miljoen…dus ik kon het moeilijk met hem eens zijn. hij beaamde wel wat ik zei, maar voegde toe: ja – maar de laatste paar jaren is het rustig ! De laatste paar jaren is congo en kinhsasa de vreedzaamste plek op aarde ! Ik kon niet anders dan het tegenstribbelend beamen. Vandaag is iedereen trots op zijn land.
 
Deze week was de week van het harde werken. Dinsdag, woensdag en donderdag hebben we audities. Dinsdag en donderdag in een opvangcentrum voor straatkinderen. Woensdag met professionele akteurs en een muzikant. Het gaat ineens snel. We zitten dagenlang in taxi’s en dan ineens – beslissingen. Toto heeft een repetitieruimte gevonden, en een huis om te werken- en waar we kunnen logeren. Het is wel ver weg, maar de plek is mooi. Je zou het geen repetitieruimte noemen, eerder gewoon een huis met een binnenplaats. Dat is het ook. Maar t kan overal voor gebruikt worden. het huis is ruim. Tegen de avond gaan we het bekijken. Lange lanen met grote parcelen – in een heuvelachtige wijk van kinshasa. ipen. Hier voelt kinshasa bijna als een dorp, het is groen, er is ruimte, er zijn veel bomen en er is een kleine rommelige markt, waar je allerlei vreemde wortels kan kopen. Het huis blijkt nog bewoond te zijn, er zit een familie in. De vader – een intellectueel, heeft duidelijk moeite ons te woord te staan – als we vertelt hebben waarvoor we komen. De eigenares is niet thuis, zij zou ons het huis moeten laten zien. Hij- de huurder voelt zich uit zijn huis gezet. Ik gis wat er aan de hand is. het voelt als een inbreuk in zijn privacy.. wie weet waarom hij het huis uit moet. Heeft hij al maanden niet meer kunnen betalen ? geen baan meer, en nu ook geen huis meer. Ik durf nauwelijks te vragen om het huis van binnen te zien. hij weigert. En dan – een wonder. Uit het huis komt een jongentje. Hij ziet mij. hij twijfelt geen moment. Hij sprijd zijn armen wijdt. En rent op me af. En omhelst mij – ter hoogte van mijn middel. Uit het niets. Alsof ik zijn moeder ben die hij een week niet heeft gezien. ik ben sprakeloos. Ik weet niet wat ik moet zeggen. Ik pak hem op, en vraag hem hoe hij heet. En ik zeg hem hoe ik heet. Als ik hem mijn naam vraag zegt hij, heel rustig, die ken ik niet want ik ken jou niet. en toch springt hij zomaar in mijn armen, de witte vreemdeling die ineens in de tuin staat. Mijn dag is goed. Een beetje beschaamd nemen we afscheid, we komen wel een andere keer kijken, als u alles geregeld heeft met de eigenaresse.. het jongentje laat ons uit. Hij is er zelf ook een beetje van in de war lijkt het. We lopen de straat uit de nacht in. toto is opgetogen – hij wil de ruimte graag betrekken – voor hem is het ook een groot avontuur – een nieuw begin. Ik ben verward door de ontvangst en het jongentje. Ik wil geen familie uit hun huis zetten, maar toto stelt me gerust. Hij legt uit wat het conflict is tussen de eigenares en de huurder. En ook als wij het huis niet nemen, moet de familie verhuizen. Bovendien zal het hen eerder helpen, als wij de borgsom betalen – dat betekent dat de familie zijn borg ook terug kan krijgen. Ik twijfel nog, maar goed – ik kan de werkelijkheid niet zomaar veranderen. Kinshasa is zeker geen paradijs.
 
Later op de avond volgt weer een ontmoeting. Er is zoveel wat ik je moet vertellen – hoe ik de voorstelling van toto heb gezien – en hoe goed ik die vond. En hoe goed toto erin speelde. Een one man show. De zaal. Het publiek. En alle moeilijkheden. En de lol, de herkenning van de mensen in wat toto vertelt en speelt. Ik heb ervan genoten.  Het is eigenlijk de eerste voorstelling die ik hier zie die ik echt goed vind.
Ik zit in de tuin van daan, en ik probeer me te herinneren. De middag loopt ten einde. In de verte rommelt het. Bliksem. Donder. Hier is het nog warm. In mijn hoofd begint het een beetje blubberig te worden, alle beelden schieten door elkaar. alle nachten, ik moet je vertellen van de nachten, ja ik moet je vertellen van de ontmoetingen. In bandal blok, tijdens de regen. Te lollig voor woorden. Toto en ik die twee meisjes gingen dollen. Oh zo kinderachtig en o zo grappig. En wat een energie. Daarna in die nachtclub. Het dansen, hoe met een zakdoekje het zweet onder de oksels na elke dans nauwkeurig wordt afgedroogd. En hoe ongelovelijk sexy er gedansd wordt. Ja dat is wel zo. En het einde – de anticlimax. Blijkt het meisje met wie je spanning dacht te hebben, toch een hoertje te zijn. En het weggaan, het gezeur om geld, In bandal, in de nacht. Alles kan. Zelfs diep in de nacht alleen naar huis, en liften met een vreemde die je naar huis rijdt.
 
 
Zondag Terug in nederland. Zo voelt het even. daan is thuis gekomen. Niet dat daan zo nederlands is – maar met zijn tweeen ben je toch meer een land dan alleen. Een taal. Een ander associatie. Een ander ritme. de aankomst van daan was wat onwennig, hij nam nederland mee, en als je hier net komt, is het even een worsteling om je aan te passen. Bovendien twee blanken op een terras trekt verkeerde mensen aan, vooral als je als wij op plekken zitten waar geen andere blanken komen. Tot diep in de nacht. We zitten aan witte plastic tafel in het donker, met de muziek hard aan en van alles. Een man komt op ons af. hij wil geld. Eerst negeren we hem, maar als we weigeren, begint hij ons uit te schelden. We proberen hemnog altijd te negeren, maar de man maakt zichzelf steeds kwader. Betrekt het hele terras erbij. Schalkse afkeurende blikken. Het vreemde in congo is dat iedereen wel kijkt, maar niemand iets doet. alsof iedereen bang is voor de oproerkraaier. Ook in andere situaties, bij een vechtpartij op straat, bemoeit iedereen zich er wel mee, maar de gemoederen sussen doet eigenlijk niemand. Uit angst een klap te krijgen, of omdat een ruzie ook een belevenis is, zie je wel allerlei mensen half ingrijpen, maar t is meer voor de vorm. De ober doet bijvoorbeeld een halfslachtige poging om de man te kalmeren, hij blijft half geinterreseerd tussen de man en ons tafeltje staan. Maar als de man dichterbij komt, wijkt ook hij. Alsof hij vooral de code wil doorgeven – er is niks aan de hand, als je hem geen aandacht geeft, gaat hij wel weg. ook andere congolese gasten aan tafeltjes kijken ons meewarig aan. zo ontwikkelt zich een scene. Terwijl een man zichzelf tot briesende woede opblaast en ons blanken van alles beticht wat maar mogelijk is en alle woede die in hem is op ons projecteert, doet de rest van het terras inclusief wijzelf alsof er niks aan de hand is en de ober – die op nog geen halve meter van de briesende man staat – kijkt een beetje slaperig om zich heen. in mijn onderbuik voel ik de woede opkomen en ik heb zin om het gevecht aan te gaan – maar ik beheers me. Ruzie is hier niet de bedoeling, dat trekt allerlei mensen aan, die mee komen vechten en in een gevecht is het makkelijk stelen. Uiteindelijk staan we op, en lopen uiterst rustig naar de auto. De briesende man volgt ons niet. hij blijft roepen naar de lege terrasstoelen voor hem.
 
Gelukkig verdwijnt de nederlandse cocon snel. Op zondag middag zitten we in matonge, de beroemde uitgaanswijk die vroeger 24h per dag drukte garandeerde, maar waar dezer dagen gaten vallen op het terras. De hipstee plekken zijn naar andere buurten verplaats, vooral naar bon marche – een wijk dicht langs de congo stroom, bon marche - wat goedkoop betekent, maar niet zo goedkoop is. nu goed. We zitten op het terras bij de een uiterst nichterige congolees die telkens grapjes met ons maakt en bij ons aan tafel komt zitten. het is middag en fris, want het heeft geregend. De straten van matonge zijn breed, maar in uiterste staat van verval – er zijn meer gaten in de weg dan asfalt, en overal ligt zand. matonge heeft iets van een vervallen badplaats op een ongure uithoek van de wereld. de sfeer is er uiterst gemoedelijk,
Er klinkt muziek een man laat zich scheren op een plastic stoel naast me, tegenover zit een moeder beignees klaar te maken terwijl haar zestienjarige dochter uitdagend haar haar laat doen. Daan is in opperbeste stemming, binnen enkele minuten weet hij het halve terras te provoceren en tot lachen te brengen. We eten pundu met vis – we lachen en we drinken. al gauw mengt zich de man die naast ons zit in ons gesprek. Hij komt uit brazzaville, en noemt zichzelf ‘dico’ – een afkorting van dictionnaire. Het franse woord voor woordenboek. het is een mooie man van in de vijftig, met pretoogjes en diepe lachrimpels. hij heeft zijn naam goed gekozen, hij kiest zijn woorden met zorg, en brengt ons tot zijn eigen grote vreugde telkens aan het lachen. Hij is van achtenvijftig, en vertelt vol trots over het congo van de jaren zeventig en tachtig, hoe hij als jonge jongen van vijftien al een kind kreeg, en hoe het drinken uit bierflessen noodzakelijk werd – omdat anders voyous verdovende drankjes in je bierglas deden als je niet keek. Hij houdt van congo, al is hij een buitenlander, dat merk je aan alles. Het is een erudiet gesprek. De dag verglijdt. Ik heb eindelijk een kamer gevonden, misschien als ik hem neem/ voor 120 dollar in deze wijk, Victoire, twee kamertjes in een huis in een achterbuurt. Ik wordt opgewonden van de gedachte. Maar vind het ook een beetje spannend. De hele avond twijfel ik en morgen moet ik de beslissing nemen.ik moet 1200 dollar borg betalen, vind ik veel te veel...
 
Ik voel me miserabel. Ik weet niet hoe ik het anders moet zeggen. Midden in denacht wordt ik wakker. Ik voel me al een paar dagen niet zo goed, maar wijdt het aan de vermoeidheid. ik kan niet slapen en denk de heksen te horen.. het is maar even, maar wie weet.
de volgende dag is het weer voorbij, het is begonnen te regenen. de regen valt met bakken uit de hemel en het is eindelijk koel.
veel liefs
guido

Op 6 apr 2009, om 17:30 heeft Lotte van den Berg het volgende geschreven:

lieve guido
was net bezig aan een brief. wil zoveel schrijven en zeggen. vertellen. maar vind de tijd niet om het rustig te doen. hier alvast een deel. vragen vooral vandaag en onbeholpen gedachten. 

ik heb besloten niet naar kinshasa te komen. hoe jammer ik het ook vind. ik vind het nog altijd te belangrijk hier. 10 dagen weg voelt haast onmogelijk. ik heb niet het idee dat ik me nu al los moet maken van alles wat hier gaande is. veel projecten tegelijk. moet zorgen dat ze iets met elkaar te maken hebben en toch op zichzelf kunnen staan. nu het weer beter wordt en iedereen naar buiten verdwijnt raak je elkaar ook sneller kwijt. marie en floor aan het repeteren in de winkelstraat. marjolein al weken op de toren. bas in de havens. valentine op de daken. zelf heb ik besloten een voorstelling te gaan maken met 72 mensen uit de stad. moet dus spelers vinden. 

gisteren naar een treurige multi-culti dag in de bibelot (poppodium) geweest om spelers te zoeken. bijna niemand daar. meer artiesten dan publiek. het braziliaanse bandje zingt het braziliaanse liedje. een senegalees speelt de djembee, samen met 8 nederlandse huisvrouwen. hoe de mens voortdurend zijn eigen clichee bevestigd. daar is verdomme niets muti-culti aan. nogal mono volgens mij. iedereen zijn eigen ding. zijn eigen dans. zijn eigen kostuum. een vrouw met zwarte pruik speelt chinese poppenkast voor kinderen. wat een armoe. zo snel wordt het belerend truttig en clichematig. vertellen over andere culturen en tradities. twee weken geleden was ik naar een cubaanse avond in de popcentrale. een goed bandje. de leerlingen van de salsa-les dansend. ik vind het moeilijk mezelf te zien staan tussen vrouwen van 50 met roodgeverfde dreads en kleurige rokken. steeds vaker wordt me duidelijk hoe moeilijk het is cultuur en traditie levend te houden als je ergens anders bent. het wordt een surrogaat. lelijk en onbeholpen. een samenklonteren. verstikkend haast en triest. ik weet nog niet goed hoe ik daar mee om moet gaan. 

daan nog gezien. hij kwam logeren in herwijnen. wilde mijn nieuwe huis (de schuur) zien. met houtkachel en tuin. omdat ik er al zoveel over verteld heb. jij dus met gevaar voor eigen leven op weg naar zijn huis in kinshasa. wij in twee auto's, achter elkaar aanrijdend, van amsterdam naar herwijnen. met 140 over de snelweg. midden in de nacht thuiskomen. en zeker weten dat de buren uit hun ramen kijken. bang voor inbrekers. in een van de kleinste en braafste dorpen van het land. ze moesten eens weten. het was goed daan te zien. veel over kinshassa gesproken. hij wil wel meedoen. misschien. met onze projecten in kinshasa. maar alleen als we sociaal geangageerde projecten doen. anti-aids. ofzo. anders ziet hij er de zin niet van in. in kin houden ze niet van theater zegt hij. alleen van muziek. ze zijn niet creatief. absoluut niet zegt hij. terwijl jij steeds weer schrijft hoeveel je geeft om hun creativiteit. iedereen ziet iets anders. dat wat hij wil zien waarschijnlijk....

zondag avond. de verjaardag van mijn buurvrouw in het dorp. ik kom laat thuis. heb het hele weekend gewerkt met amateur theatergroepen uit dordrecht. in de tuin van de buren een grote opgeblazen sarah. magda is 50 jaar geworden. zoveel is duidelijk. ik besluit dan toch maar even langs te gaan. als je het hele huis volhangt met slingers is dat waarschijnlijk omdat je zin hebt in bezoek. ik wordt hartelijk ontvangen en heb gelukkig nog een fles jenever in mijn tas als kado (net zelf gekregen als bedankje...). ze zitten in een kring. familie en vrienden. in de huiskamer op stoelen en banken. en bijzettafeltjes. er is taart en koffie. het is half tien 's avonds. iedereen drinkt koffie. met iets erin? melk en suiker. altijd ongemakkelijk. zo'n hele kring rond. bukkend, buigend. gefeliciteerd allemaal. ik ben lotte. de vreemde eend. ik voel me niet thuis. met mijn jas nog op mijn schoot. het kopje koffie in de hand. niemand drinkt wijn, bier, sterk. half tien 's avonds. het is feest. we drinken koffie met melk. ik begrijp het niet. deze mensen gaan niet naar de kerk. niet meer. zoon woont samen, is niet getrouwd. deze mensen breken zich los uit traditie, maar zitten er nog middenin. calvinisme? er wordt gelachen. ze gaan een ballontocht maken. daar verheugen ze zich op. en samen op vakantie naar turkije. het is donker in de kamer en warm. ik wil naar huis, maar weet niet goed wanneer ik op moet staan. wil niet onbeleefd zijn. niemand voor het hoofd stoten. voel me onhandig. met teveel tassen, struikelend bij het afstapje. een fijne avond nog. bedankt. er zijn niet veel plekken waar ik me ongemakkelijk voel. nergens in afrika voelde ik me zo onthand als hier bij de buren. ze bedoelen het goed. ik ook. we doen ons best. maar begrijpen elkaar niet.

lieve guido. als ik je verhalen lees was ik graag daar. in de nacht. wachtend op taxi's. bier drinkend. in gesprek met het voetballende meisje. dansend met de in het wit geklede jongens. hier is het leven minder spannend. we schrijven nieuwbrief en flyer. hebben try-out van eerste voorstelling. bouwen kantoren boven. zeulen met gips en glas. boren gaten in muren. verven logo's op de stoep. doen boodschappen voor de lunch. drinken koffie. bier. en roken. er is zoveel altijd. visite-kaartjes moeten ook. en de eerste recensie komt binnen. ongelooflijk hoe veel er al gebeurd is. nu net drie maanden bezig. en als ik niet oppas nu al vanzelfsprekendheden, regels en principes. het is maar goed dat we volgend jaar al op reis gaan. dan zullen we het ritme nog voor het is ingesleten al moeten aanpassen. 

donderdag 26 maart hadden weer een avond omsk. mensen uitgenodigd. eten gemaakt. aafke samen met saskia de hele dag in de keuken. omdat we nu ook mensen uit amsterdam hadden uitgenodigd dacht iedereen dat het de opening was. terwijl we toch al heel lang open zijn. de eerste avond omsk was al begin januari samen met de buren. onze eerste gasten waren een autistische buurman en een dove buurvrouw. toch zeer symbolisch. een eerste ontmoeting met een stad via een autistische man en een dove vrouw. alles wat we doen de afgelopen maanden lijkt te gaan over het maken van contact. met een omgeving. een stad. een gemeenschap. hoe nodig je uit,  heet je welkom, laat je zien? ik blijf het een heel ontroerende beweging vinden. je zet stoelen klaar, bereidt iets voor en wacht. zal er vanavond iemand komen? steeds weer spannend. we doen kleine presentaties. voor elkaar en het publiek. het zijn schetsen. denkoefeningen. het is uitproberen en aftasten. ik houd van de flarden, de onaffe beweging. vraag me af of dat in kinshasa ook kan. waarschijnlijk niet. recht voor zijn raap. direct en flitsend zijn. ben benieuwd of en hoe ik dat ga doen. 

dat was het voor nu. moet koken voor de gasten. schrijf je snel over het eiland dat we ontdekte in de rivier! en de drie totaal verschillende broers uit dordrecht; anarchist, neo-nazi en jup. met hen hoop ik snel een wandeling te maken door de stad......
en ja. kopenhagen gaat waarschijnlijk door. en. ik ga niet meedoen aan de architectuur bienale in rotterdam dus kan misschien mee naar new-york!
heel veel kussen daar. en succes met de grote plannen de nachten en de taxi's. zorg goed voor jezelf.
lotte

op 14 apr 2009, om 20:44 heeft guido kleene het volgende geschreven:

ik zie dat er al lang geen update op de site is gezet. waarom?

dank voor je brief - fijn om te lezen, ik zal je anwoorden als ik kan. voorlopig stuur ik je maar even mijn belevenissen. in dit internetcafe tussen de virussen.

het begint normaal te worden. normaal, maar ook uiterst bijzonder. het is een leven dat ik graag nog heel lang volhoud. ik vind het soms moeilijk om het in zinnen te beschrijven. het is een soort waanzin. het leven hier vraagt eigenlijk voortdurend van je dat je er volledig bent. je kan niet op twee plaatsen tegelijk zijn, je bent hier - en de ene plek waar je werkelijk bent slokt je ook helemaal op. t is een strijd om de dag door te komen, maar
ook een heel aangename. het hier en nu is het enige dat bestaat, en ik ervaar het als een zegen. tuurlijk met al zijn complicaties en problemen, maar goed. een leven waar mensen met elkaar leven, in plaats van als eenlingen die hun ambities willen realiseren. ja zo voel ik het. hier ben ik een eenling die mijn ambities wil realiseren tussen heel veel anderen die samen zijn. dat voelt goed. al ben ik de uitzondering op de regel. of juist daarom.

ik schrijf je veel liefs. er zijn ook dingen die ik je niet kan schrijven, maar die ik je later zal vertellen. het zijn misschien de interessantste dingen - maar daarvoor kan ik nu geen woorden vinden. in afrika vinden de mensen dat je moet kunnen zwijgen - dat er dingen zijn die niet gezegd
dienen te worden, waarvan iedereen weet dat het bestaat - zoals de hekserij. en misschien hebben ze wel gelijk.

tot gauw en veel liefs

guido

Op 15 apr 2009, om 17:04 heeft Lotte van den Berg het volgende geschreven:

lieve guido
ik zal het zwijgen lezen tussen de woorden en zinnen die proberen aan te raken wat er werkelijk was, wat je voelde en meemaakte. het is de drukte die er voor zorgde dat ik even helemaal niet bezig was met update website en digitale dingen. als ik moet kiezen ben ik liever buiten dan achter een bureau. vanavond (als het lukt) weer alles online en een brief van mij aan jou!!
lotte

attachment van guido. verstuurd op 14 april 2009:

Donderdag 2 april Ik heb mijn huis. voor deze maand – in de achterbuurt van mijn dromen.
Laat ik het zo maar noemen. Als een hobbie. Ik doe een poging echt door te dringen tot de plek waar ik toneel maak. Voor wat het allemaal waard is. en het lijkt te gaan lukken. Naast het feit dat het ook voor mij het interessantste is. in een huis in een buurt, waar het niet zomaar makkelijk leven is als hier in macampagne. Hoe zal het voelen ? als kamperen ? als wat… het leven begint hier toch te wennen vind ik. Hoe bijzonder en mooi het is.

Vandaar kleine wonderen. Mijn congolese huisbaas, die vloeiend limburgs spreekt, en die nederlands denkt en congolees doet. hij accepteert mijn voorstel om zijn huis een maand te verhuren.

Daarna een klein wonder. De irritante muzikant van zaterdag blijkt een heel talent te zijn, en maakt een wonderlijk genuanceerde hiphop met afrikaanse traditionele muzikanten. Genuanceerd. Rustig. En mooi. ik woon een repetitie bij in kitambo, in een parcelle tegen een betonnen muur, met zes muzikanten, die spelen op gitaren en plastic emmers, en een rapper die rapt zonder microfoon. Af en toe zie ik een klein hoofdje boven de muur uitkomen, dat nieuwsgierig kijkt waar het geluid vandaan komt. achter mij de kerk, die maar doorzingt, hele nacht door. Om te bidden tot god. En ondertussen zitten we hier maar te werken en toneel te maken alsof er niets aan de hand is. in ons eigen tempo, een beetje rustiger vanwege de hitte, maar voor de rest toch. ons niets aantrekkend van de geestestoestand van de acht miljoen die ons omringen. Het is weer zo een dag. Overal geweest. Alleen. De hele stad door.

Zondag 5 april Na de euforie komt de terugval. Dat is de gouden regel, niet? de terugval manifesteert zich op vele niveua’s. laat ik er een noemen. Gezondheid. Sinds een week ben ik verkouden. Behoorlijk verkouden. Ik heb een hoest die een zware roker doet verbleken. Verkouden maakt introvert. Misschien heb ik te kwistig mijn energie verspeeld, en ben nu gedwongen rust te nemen en mezelf van binnen te zien.

De andere terugval is gecompliceerder. Laat ik het de confrontatie met de realiteit van kinshasa noemen. Vrijdag had ik mijn eerste bijeenkomst met mijn akteurs. De energieke olga, fabrice de gevaarlijke, toto de intelligente en pasco de explosieve. Leuke mensen stuk voor stuk, maar als viertal? ik hoop dat het goed komt. aan het eind van de repetitie begon fabris ineens over het geld. Vervoersgeld. Hoeveel dat zou zijn. ik zei twintig dollar per week. Grote consternatie. Ik verdedig mij door te zeggen dat ik me goed geinformeerd heb voor het begin van het werk. Wat waar is. ik heb uitgebreid gepolst bij pasco. Had ik niet moeten zeggen. Twintig dollar per week is veel te weinig. Vervolgens ontspon een discussie, waar ik nog steeds zeer ontstemd over ben, omdat ik met iedereen apart had gesproken over het geld. En iedereen eigenlijk zonder veel vragen akkoord is gegaan. Alleen fabris heeft onderhandeld. Daarna komt het gesprek op het salaris, het salaris is iedereen mee akkoord, maar niet met het betaald worden per maand als de voorstellingen er zijn. iedereeen wil betaald worden per voorstelling. nu komt het op 25 dollar per voorstelling. fabris zegt dat het minstens vijftig moet zijn. ik voel de woede in me opkomen, maar bijf rustig. Ik probeer woorden te gebruiken om uit te leggen – uit te leggen dat er geen onderhandelingsruimte is. dat ik vanuit een andere realiteit werk – de nederlandse – dat er geen speling zit in budgetten, en dat ze vast liggen. Had ik ook niet moeten zeggen. Dat het bedrag niet onderhandelbaar zou zijn, dat bestaat niet, volgens de akteurs. Er worden dingen geroepen die me woedend maken. pasco zegt dat ze allerlei werk heeft moeten laten lopen voor dit projekt. Terwijl ik weet dat ze al maanden zonder werk zit. Ik weet ook dat in congo een
maandsalaris dat ik voorstel een prima vangst is. hier worden mensen per voorstelling betaald, dat zijn best aardige bedragen – maar een voorstelling speelt eigenlijk nooit meer dan vijf keer. Repetities worden uberhaupt zelden betaald. Alleen vervoer en sejour. Het gesprek loopt uit de hand. Ik besluit de stekker eruit te trekken, en zeg dat ik het allemaal mee zal nemen en erover zal gaan onderhandelen met mijn partner in nederland. Maar van binnen kook ik. Vier akteurs die als een soort vakbond mij als regisseur met de rug tegen de muur zetten. Op de eerste repetitiedag. Mijn eerste reactie is : iedereen ontslaan, behlave toto. Toto deed mee aan de discussie, maar hem vergeef ik. Hij is het zijn rangorde verplicht. Fabirs en pasco maken me woedend.

Ik ben er het hele weekend van in de war. Hoe kan je eerste repetitie zo uit de hand lopen. mijn grootste teleurstelling is – dat waar ik een groot idealistisch projekt begin, het uiteindelijk alleen om geld draait. Ik ben niet naief, maar ik heb mensen gezocht die artistiek iets voorstellen. Ik heb nu spijt dat ik niet de jongeren heb gekozen, die enthousiast waren en misschien nog niet zo ervaren. Op deze manier heb ik geen zin om te werken. En voor de eerste keer sinds ik in congo ben, heb ik de neiging het vliegtuig te nemen om terug te gaan. Ik kan je niet goed uitleggen waarom de teleurstelling zo groot is, maar ik voel hem vanbinnen. Ik voel me natuurlijk ook niet optimaal, dus dat maakt het allemaal een beetje erger. Daarbij komt dat ik veel met daan optrekt. Ik heb moeite met me in twee werelden te begeven. Ik wil hier zijn, niet half in nederland. En dat gebeurt soms. Alles lost zich op, maar dit is de eerste serieuze handicap geloof ik. De eerste test.

Ik heb de repetities tot nader afspraak stilgelegd. Eerst gaan we dit financiele vehikel oplossen. En het morele, ik dacht dat het om het onderwerp te doen was. natuurlijk ook om het geld maar dit is een stap te ver. Ik zweet uit al mijn porien, uit alle lijnen in mijn gezicht, ik voel me verkouden en ziekelijk. De zware tropen zijn begonnen. En voor t eerst zeg ik je zachtjes – ik geniet er niet van. Ik voel me fysiek te slap om te genieten. Ik ben geirriteerd. Punt.Vanaf morgen heb ik een eigen huis. mijn droom, de woning in de volkswijk. Laat t nu maar beginnen.

Maandag 6 april Overleg dag. Vandaag heb ik ze gesproken, de akteurs die vrijdag tegen me gingen muiten. Ik vraag me soms af of ik niet genoeg heb nagedacht vantevoren. Ik spreek ze – een voor een – ik probeer openingen te geven, en erachter te komen wat hun werkelijke motivatie is om aan dit projekt mee te doen. en ik probeer hen duidelijk te maken dat er niet veel marge is. het zijn vreemde gesprekken. Ik moet zeggen – ik heb wel bewondering voor ze. Hoe geduldig ze met me komen spreken, hoe eerlijk ze zijn en hoe ze zeggen te willen. Tegen mij die een projekt over kindheksen komt maken, in hun land, over hun mechanismen. T is niet makkelijk, ik merk aan alles dat ik de vreemde ben. wat dat betreft is olga het meest uitgesproken. Zij vind me maar een bemoeizuchtige blanke. Het gesprek met haar was het verhelderendste – wat betreft de mythes waarmee ze leeft – de beelden die ze van mij heeft. De blanke met veel geld. De blanke die winst komt maken op onze ruggen. Niet dat ze dat met zoveel woorden zegt, en zo
ongenuanceerd als ik het verwoord zal het ook niet zijn.

Tuurlijk – het is niet umsonst wat ik doe. Ik wil daarin best eerlijk zijn. en als ik heel eerlijk ben, moet ik op deze manier opnieuw mijn kracht bewijzen. In zekere zin moet ik vanaf nul beginnen. Ik ben hier een niemand. Zij zijn iemand, in zeker zin, in hun omgeving.

Ik ben geschrokken van de eerste repetitie. Ik vond het geen dynamisch clubje – met zijn vieren samen. Ik vond het een kwebbelclubje. Ik wil vuur erin gooien, maar er zat geen vuur in. hoewel de mensen die ik gekozen heb wel vurig zijn, vol sprankeling, vol dynamiek. Zeker zo een olga met haar gekke karakter en haar humor. Maar er is een dikke laag waar ik eerst doorheen moet – een laag van wantrouwen, een laag van wat wil hij – laten we vooral doen wat hij wil. Dat soort mechanismen. Het is in zeker zin vertrouwd terrein. Maar het is vreemd. Het vuur komt pas op het moment dat het gesprek over geld gaat – over betalingen – over genoegdoening. Daarvoor – als het over hekserij gaat – is het vooral een vreemd gesprek. Ik wil iets, en zij zijn de acteurs die volgen. Hoe moet ik me daartoe verhouden.

Ik heb de neiging olga – de extreemste – eruit te gooien. Dat klinkt bot, maar mijn intuitie zegt dat ik haar in het maakproces niet goed kan gebruiken. Zij werkt uit eigen ideen. Zij kan slecht verwoorden, ze is jong en zeer op zichzelf gericht. Ik heb een teamspeler nodig, maar heb mezelf opgezadelt met vier individualisten. Zeer getalenteerd – dat zeker.en geweldig op het podium. Ik vraag toto om raad, maar merk aan toto dat hij ook met alle winden mee waait. Hij is het met me eens. Maar soms vraag ik me ook af – op grond van wat hij zijn meningen baseert. Ook hij heeft een kwetsbare positie hier in kinshasa. ook hij moet rekening houden met andere krachtenvelden. Ik vind fabris een bijzondere. Hij is vrolijk de duivel – en heeft het meest gewicht. Toto had een goed idee – neem hen allemaal mee naar die centra – spreek met die jongeren – vraag hen naar hun levensverhalen. Misschien zorgt dat ervoor dat de akteurs gevoel krijgen bij dit onderwerp. t is een goed idee. het is best moeilijk op deze manier een theatraal onderzoek te doen – de tijd gaat voort – de eerste week van april is bijna voorbij, en echt veel hebben we nog niet gedaan. en ook erg veel. daan stelt me een beetje gerust. hij zegt dat de indruk heeft dat het eigenlijk erg goed gaat met het projekt.

Tegelijkertijd heb ik weer een geweldige ontmoeting gehad - ja dat gebeurt ook nog steeds. daarover later meer..

Dinsdag 7 april Ja hoor – dit is het wel weer. Ik ben weer geheeld. Al voel ik me nog altijd uiterst ongezond, de weg terug is weer gevonden. rond point
Victoire by night. Lopend de avond in, de troep, de vuilnis, de stinkende auto’s en de duizenden mooie mensen. guy georges die me een verhaal vertelt, de donkere schaduwen om me heen in de hitte die blijft hangen, als de nacht al is gevallen. En ik voel me prima. Dit is waarvoor ik hier ben. dit is de wereld waarin ik me wil begeven en waaraan ik me wil laven. De rommel van victoire, de markt, het lingala dat zingt, de mensen die ik ontmoet. Het eten in de nacht, zitten met guy georges, de fumbwa. De wereld om me heen die mij vermaakt. Dan houdt ik wel van deze wereld geloof ik. Ik ben even over mijn cultuurschock heen – al zullen er nog velen volgen. De cultuurshock die de akteurs me gegeven hebben. En plotseling het besef dat we maar vreemde parasieten zijn die over dit onderwerp - de hekserij - willen praten. wij de buitenstaanders die onze eigen dromen najagen – in het enge congo over hekserij praten, en alles te weten komen over dit hart der duisternis. Vind je het gek dat iedereen alleen aan de voorstelling mee wil doen om het geld. Vind je het gek, waarom doet iedereen mee – van buiten – van binnen. Ik weet het niet. het heeft ongetwijfeld met geld te maken, en met dromen. ik voer discussies met mezelf: Spreek over dat geld. Spreek over die dromen. blijf niet in de cliches hangen. Ga zelf op het podium durven staan, de blanke met zijn hekserij obsessie. Durven uitspreken . Proberen te verbeelden wat het is
om hier te zijn. voor mij is kinshasa iets romantisch. Een bijzondere heftige stad. Voor de kinois is kinshasa een afgesloten wereld. zonder uitgang, hier kom je nooit meer weg.

Zaterdag 12 april Kauka. Welkom in de achterbuurt. Ik zit sinds een paar dagen in een van de achterbuurten van kinshasa, in een kamertje in een parcelle. Het is een bizarre kamer, een schone witte tegelvloer met vuige muren, een uitgebreide badkamer met een bad en een geizer die al jaren niet meer in gebruik is. een wc, een pisoir en een wasbak die eens gevallen is en nu een nieuwe plek heeft gevonden ergens op de tegelvloer. Tussen de kamer en
de badkamer staat een muur, maar niet geheel tot het plafond. Ik heb een matras en een ventilator gekocht. Niet dat ik zo graag met een ventilator slaap, maar de huizen zijn hier gebouwd zonder tochtgaten, dus het kan benauwd worden. de regens zijn in volle kracht begonnen, en als het regent lekt het plafond, zodat er een een donkere plas staat in de wasbak die van de muur gevallen is. dat verklaart de plek van de wasbak. De wasbak is opvangemmer geworden voor het lekkende plafond. er volgt een wilde nacht, die ik je wel wil beschrijven maar niet op deze pagina's. ik begin langzaam meer van dit land te begrijpen, maar dat wil niet zeggen dat ik er echt dichterbij kom. dichterbij en verderweg tegelijkertijd. misschien is dat wat je hechten noemt..

Dinsdag 14 april Je ziet hoe ik stilaan de dagen ga tellen. Elke reis creert zijn eigen organisatie. en zoals bij elke repetitie wordt het werk steeds meer. Ik schrijf meer flarden dan ervaringen, maar dat wil niet zeggen dat de
ervaringen er minder op zijn geworden. Het is intens om hier te zijn. gisterenavond dronken we met zijn zessen bij sandra op het terras. Sandra is geweldig, ze bestiert een malewa – een lokaal restaurantje, met haar zussen en haar moeder, in de buurt van toto. ipn. Het lijkt of ze alle mannen van de buurt van toto in de ban hebben – sandra en haar zussen – inclusief wijzelf natuurlijk. Met groot gemak en humor bespelen ze alle bezoekers aan het restaurant, en ondertussen zijn ze harde zakenvrouwen. Er is altijd iets te beleven. Gisterenavond zaten we te eten toen het begon te regenen. Een regen kan rustig twee uur met bakken uit de hemel vallen, dus regen in een kroeg betekent veel drinken en veel lol. sandra en ik spelen een spel met woorden. het woord is hier heel belangrijk. je kan mensen volledig inpakken met de manier waarop je dingen zegt, waarop je iemand uitdaagt of juist in het vage laat. daan is een woordkunstenaar en af en toe krijg ik ook de smaak te pakken en vloeien de woorden zo dat ik de mensen aan mijn lippen hangen. niets fijner dan iemand op een mooie manier de waarheid zeggen. praten met een fles primus erbij. de hemel voor de congolees.

Ondertussen begint het repeteren vorm te krijgen. De repetities beginnen serieuzer te worden. ik heb veel gesprekken en maak af en toe een scene. Het is best een zoektocht, met akteurs die niet gewend zijn om te maken, en met mzelf die de lokale taal niet spreekt. Ondertussen heb ik het gevoel dat we in de gesprekken wel de kern beginnen te raken. Het geloof in hekserij is zo algemeen en zo vanzelfsprekend, dat zelfs een uiterst intellectueel gezelschap als dat van deze akteurs niet kan ontkennen dat de dood altijd door iemand wordt veroorzaakt. Natuurlijke dood bestaat niet in centraal afrika. er zit altijd iemand achter. De geest van een familielid, van een reincarnatie van de voorouders of van een kind. Vanuit deze realiteit moet ik het stuk maken. er is ruimte aan de andere kant. Iedereen gelooft dat de priesters met hun gepreek over hekserij de boel manipuleren. Fabris verwoord het zo: voor hem zijn de priesters die kinderen van hekserij beschuldigen de werkelijke heksen. Maar dat de kinderen heks zijn wordt ook door hem niet ontkent – hij zegt dat de priesters hen beheksen. Het ultieme bewijs is immers dat ze het zelf toegeven. En wat je zegt is de ultieme waarheid. Ongeveer zoals bij ons de feiten als ultieme waarheid worden gezien. onwrikbaar. Zo geldt hier in centraal afrika – de getuigenis als ultiem bewijs. Zeer fascinenerend vind ik.

de repetities beginnen wel te lopen. we dringen door tot het onderwerp. ik hoop dat het lukt om mooi materiaal te maken. het is niet makkelijk in de hitte te werken, met al die complicaties. maar het is ook prima. toneel maken is nooit simpel. en het is een leuke groep akteurs. en de gesprekken zijn zeer vaak waanzinnig.

ik heb de problemen met de akteurs opgelost. uiteindelijk heeft iedereen het geaccepteerd. met olga heb ik een andere afspraak gemaakt. zij werkt nu niet mee als actrice, maar ik ga met haar de muzikanten samenstellen en de muziek kiezen en maken. zo kan ze mee repeteren als ik terug kom in september.

oh ik zou elke dag wel willen opschrijven en je laten mee beleven, maar ik weet niet hoe ik dat kan doen. voorlopig moet het maar zo...

tot gauw, het ga je goed.

Op 15 apr 2009, om 23:52 heeft Lotte van den Berg het volgende geschreven:

lieve guido
geraakt door je woorden. de wanhoop en de euforie dicht bij elkaar. congo. voor altijd willen blijven en vanavond nog vertrekken. tussen extremen. ergens anders wil jij niet zijn. hoe moeilijk ook. zakelijke onderhandelingen naast wilde nachten en liters primus in stromende regen. de hitte die de lucht dik maakt en de gemoederen hoog opzweept. alsof ik het voelen kan. hier in dordrecht een warme lente avond. straks voor de derde keer op rij buiten eten. met de deuren open. midden op de parkeerplaats. doen alsof we op vakantie zijn. hoe nederland opbloeit als het warmer wordt.

fijn dat je weer beter bent. en dank god dat je met de acteurs tot overeenstemming bent gekomen. had niet anders verwacht. jij hebt mij deze zomer nog geleerd dat de onderhandelingen zoals die in afrika gevoerd worden over geld ertoe dienen iedereen inspraak te geven en tot werkelijke overeenstemming te komen. niet slechts tot afspraken, van bovenaf opgelegd. de onderhandeling maakt iedereen verantwoordelijk voor het proces. dat vertelde jij mij. je moet het tijd geven. zei je. en ontzenuwen. niet je afhankelijkheid tonen. geduldig blijven. wanhopige reizigers kan je veel geld afhandig maken. kan me zo goed voorstellen hoe frustrerend het moet zijn toch altijd de rijke blanke te blijven in een wereld die je liefhebt maar de jouwe niet is. moet denken aan de dubieuze lift die we kregen deze zomer van de oliemaatschappij in mosakka. al de hele dag zaten we in de haven gereed voor de tocht naar oyo. we hadden haast en wilden niet meer wachten. al uren geleden hadden ze beloofd met een piroque af te varen en nog altijd was er geen beweging. de mannen van de oliemaatschappij kwam langs, in een speedboot met liters bezine achterin. we betaalde grof geld en gingen met hen mee. een grote ruzie in de haven brak uit. over onze hoofden heen. er werd geschreeuwd en opnieuw onderhandeld. wij wilden weg en hielden voet bij stuk. in een speedboot over de congo. nog dagen waren we ziek van onze eigen decadentie. in drie uur waren we in oyo. een razende vaart door het mooiste regenwoud ter wereld. op de heenweg hadden we er 24 uur over gedaan. varend door de nacht. met 30 man in een smalle houten boot. ik lag op de voorste punt en keek naar de absolute duisternis om ons heen. de kapitein achter op de boot zong om niet in slaap te vallen. een van mijn mooiste nachten ooit. grote extremen.

vanavond wederom zoete inval. inmiddels gegeten. ank en ari hebben gekookt. jurgen kwam op bezoek. ellenoor bleef nog wat drinken. matthijs met vriend, twee hardcore krakers uit dordrecht, kwamen om 21 uur nog langs om de kantoren boven van ramen te voorzien. slingerend als apen aan de ballustraden hingen ze bovenin de hal. rubbertjes steken tussen glas. beneden dronken we wijn.

vanmiddag was ik met willem op bezoek bij de kampers. we willen verschillende portretten filmen. van mensen. in hun huis. op de plek die hen thuis is. de plek die ze tot huis gemaakt hebben. ingesleten. aan elkaar vastgegroeid. mens en ruimte, plek, omgeving, plaats. bakstenen en hout. hier woon ik. de kampers zijn de woonwagenbewoners van dordrecht. vandaag een oude man gesproken. van Heeren is zijn achternaam. met gouden tanden in zijn kunstgebit. zijn vrouw is een echte zigeunerin. 82 jaar oud en nog altijd pikzwarte haren. 50 jaar lang woonden ze op de zelfde plek in een woonwagen met weg gemetselde wielen. over 4 weken rijden ze hun huis naar een andere plek. door de gemeente opgelegd. de kampers worden verdeeld over de stad en niet langer getolereerd aan de wielwijkse zeedijk net buiten de stad, tussen weiland en water. controle. twee weken geleden waren we bij hannie op een eiland in de rivier richting rotterdam. tussen industrie, naast de oud ijzerboer, heeft ze huis en aanlegsteiger. met een roeiboot naar het eiland. enkele weilanden en een oude boerderij omgeven door water. in vervallen schuur jammerende lammeren. paarden. een koe met scheef gezakte hoorn. het bestaat! ook hier in de buurt zijn plekken waar mijn hart naar uit gaat. mensen die vergroeien met beesten, bomen, elkaar en roestend ijzer. een oude auto is in een boom gegroeid. of de boom in de auto. waarschijnlijk. eind september moet ze het eiland verlaten. begin oktober breken ze de dijken door. haar eiland wordt geforceerd terug gegeven aan het water en de wind. getekende en uitgerekende natuur. opgelegd. controle wederom. goed voor de nieuwbouw aan de oever. brengt geld op. pijnlijk om te zien hoe moeilijk men het vind te leven met dat wat vanzelf ontstaat. alsof we overal een stempel op moeten drukken. laten zien dat we er waren. geldingsdrang waarschijnlijk. fijn ook steeds weer mensen te vinden met omgevallen huizen, onkruid en propvolle zolders. houd moed!

lieve guido. ook hier is de regen losgebroken. dikke druppels de nacht in. ari zonder regenjas op weg naar huis. nu al doordrenkt waarschijnlijk. ik nog aan een grote tafel in propvolle en tegelijk lege fabriekshal. ik denk dat we goed bezig zijn. jij daar, ik hier. op zoek naar verhalen van betekenis. doen wat we graag doen. energie geven waar we kunnen. ik heb nu al zin je lange avonden te spreken als je weer terug bent begin mei. vind het ook heerlijk te weten dat je nog even daar bent. had net hans aan de telefoon. hij heeft de 56 uur film van jullie reis aan nathalie gegeven om in te laden. dat wat je werkelijk meemaakte is al weer verhaal/film/beeld geworden. los van jou. zo snel. meemaken. ervaren. vertellen. doorgeven. reflecteren. loslaten. verdergaan. nieuwe verhalen.

en dan nog. dingen die me raakten in je mail. zinnen die ik niet wil vergeten:

* Dichterbij en verderweg tegelijkertijd. misschien is dat wat je hechten noemt..

als je werkelijk thuis komt ben je tegelijkertijd verdwaald, verloren, los van alles. thuis zijn juist daar waar je niets kent. afstand nemen en verbinding voelen. moet er nog over verder denken, maar ben er zeker van dat nabijheid en afstand heel veel met elkaar te maken hebben.

* Natuurlijke dood bestaat niet in centraal afrika

ooit spraken we naar aanleiding van braakland over de westerse mens die een onderscheid maakt tussen sterven en doden (dying versus killing). ik vroeg me af of dat onderscheid wel bestaat. misschien hopen we slechts dat er een verschil is tussen natuurramp en moord. omdat we zouden willen dat moorden tegennatuurlijk is en dus uitgebannen kan worden. ik vroeg me ook af of we alles niet juist enorm vertroebelen door te denken dat er een wereld zonder moorden mogelijk is. houden we onszelf voor de gek? houden ook de afrikanen zichzelf voor de gek door te denken dat alle dood een oorzaak kent. en dus te beheersen zou moeten zijn..... ik vraag het me allemaal nog steeds af.

* Wat je zegt is de ultieme waarheid. Ongeveer zoals bij ons de feiten als ultieme waarheid worden gezien. onwrikbaar. Zo geldt hier in
centraal afrika – de getuigenis als ultiem bewijs.

gisteren nog sprak ik over een uitspraak die hooman sharifi (iraanse choreograaf) deed. hij zei: kunst moet de metafoor terug brengen in de westerse wereld. hij vertelde dat in iran alles wat gezegd wordt een metafoor is voor iets anders (wat niet gezegd mag worden). de taal laat zo zien dat ze slechts een poging doet. om te benoemen, aan te raken. tastende woorden op zoek naar waarheid die niet benoemd kan worden. het geloof in de feiten en dus in de media is hier zo groot. te groot. mensen gaan niet meer af op hun eigen waarneming/ervaring. dat wat de specialist zegt wordt geintegreerd in ons denken/voelen/fysiek ervaren. we moeten moeite doen om weer bij onze eigen directe waarneming terecht te komen (los van dat wat al door anderen gezegd/gedacht en gevoeld is). ik vind het heerlijk die moeite te doen. en iedere dag weer te merken dat alles anders is dan ik dacht.

theatermaken? kunst? wat een luxe is het ons zo tot het leven te mogen verhouden. vastpakken. aanraken. in beweging brengen.
een kus!
lotte

 


 



z