-
De kleine wereld (2010)
werk uit Kinshasa
Anoek Nuyens is dramaturge en verkende tijdens haar verblijf in Kinshasa via tekst en foto’s onderwerpen als geloof, tijd en de manier waarop mensen samenkomen. De kleine wereld is een metafoor voor het kleine kaarsje dat ’s avonds wordt ontvlamt in de miljoenenstad Kinshasa. Van op afstand is het een kaars of lampje uit duizenden. van dichtbij is het een opzichzelfstaande wereld. Hoe verbind je het grote met het kleine? Hoe verhoudt het gedane zich tot het ongedane? Wat is er voor nodig om je ertussenin te bevinden?
-

-

-
route sans fin
Voortdurend op zoek naar een manier van schrijven en dus verhouden. Het voelt als gissen, een poging. Tussen het kijken en het denken over de dingen. Mezelf en de stad. Om je heen. De plek definiëren, maar ook durven de dingen door elkaar te laten schudden.
Als ik mijn hoofd tegen het raampje van het vliegtuig druk, zie ik een donkere vlakte, met hier en daar een lichtje voor me opdoemen. Het is alsof ik een heilig land over vlieg. Kinshasa is een kaarsendeken. Een stad die, zoals het lijkt, door een windvlaag uitgeblazen kan worden. Naast mij zit een Congolees. Hij noemt zichzelf Prince Christian. Ik ben de reis vooral ziek geweest, heb achterin vlakbij de wc gezeten en nu ik weer terug ben wil hij ons gesprek voortzetten. Ondertussen buigt een Franse jonge man zich naar ons toe. Hij heet Bernard en zal de komende 3 jaar in Kinshasa gaan werken als priester. Hij ziet er kalm en beheerst uit. 3 jaar, denk ik. Ik zal 4 maanden gaan en voel de spanning overal in mijn lichaam zitten. Ik spreek met de jonge priester af dat we elkaar zullen mailen, al heb ik het gevoel dat hij meer geïnteresseerd is in Prince. Hoe ik mijn best ook doe, hem vertel over mijn plannen een missiepost te bezoeken, hem verslag daarover wil uitbrengen en zijn eerste mis graag zou willen bijwonen. Het lukt niet. Hij blijft beleefd. Misschien omdat ik in zijn ogen slechts een tijdelijke reiziger ben. Een tijdelijke vriend. Een tijdelijke vrouw. Prince laat blijken dat hij wel graag mijn emailadres wilt hebben. We zitten intussen Duits te praten en Prince stelt mij voor om samen een reis te maken naar het platteland. Omdat het platteland belangrijk is. We mogen de oude mensen op het platteland niet vergeten. We moeten ze bezoeken om ze te vertellen dat ze belangrijk zijn, vindt Prince. Ik kan alleen maar ja knikken. Ben verbaasd over de galante, maar ook zeer directe manier van spreken over een reis. Een reis samen. Dan word je samen een plek. Je wenst elkaar goedenacht, je maakt koffie voor elkaar in de ochtend. We zullen samen moeten beslissen welke oude mensen we bezoeken. We raken de grond.
-
In Kinshasa vergeet ik Prince. Hij vergeet mij, hoe kan het ook anders. Mijn voeten worden zwart, zijn schoenen grijs van het zand. Er zal een moment zijn dat we allebei naar een televisiescherm kijken en juichen. We drinken bier. Ik probeer iemand uit te leggen dat ik geen Chinees ben. Zijn moeder heeft vlak daarvoor gekookt voor hem. De stad laat me bewegen, laat me denken, laat me dansen, laat me voelen.
Ik verzand in tijdelijke mogelijkheden. Ben ver van de wereld. Slaap diep, maar wordt snel wakker. Probeer de dingen over me heen te laten glijden. Kan niet stil blijven staan. De dingen komen op ons af. Over straat lopen is werken. Een cola bij de overburen halen is onvoorspelbaar.
Ik had het die ochtend al een paar keer gedacht: ik begin te wennen, mijn aanwezigheid is aan het vervormen met de mensen hier, het ritme van de straat, de dikke billen waar ik me in de taxi tegenaan duw. Maar dan. De jongen roept me. Kijkt me aan, zegt niets. Pakt een steen van de grond. Brengt zijn arm omhoog, maakt een krachtige werpbeweging, maar laat de steen vlak daarvoor los. Tussen het moment van de blik en het werpen van de steen is veel gebeurd. Ik loop door en buig mijn hoofd naar voren. Ik kijk naar een pluk haar die uit de grond steekt. Een volgende wereld dient zich aan. -
-------------------------------------------------------------------------------------

-
Dieu est l’amour
Als ik die ochtend wakker wordt kan ik me niet bewegen. Ik heb mezelf vastgedraaid in het laken als een bolletje wol. Het is nog vroeg. De eerste haan heeft net gekraaid. 05.30. Zal ik weer gaan slapen? Ik open mijn ogen. Een portret van een streng en gedisciplineerde pater, een houten kruis, het bureau met koloniale lamp; teveel afleiding om überhaupt nog in slaap te komen. Ik sta op en bekijk mijn kamer. Hier heeft ongetwijfeld een pater jarenlang gewoond. Hij heeft in hetzelfde bed gelegen. Misschien stond hij ook wel eens vroeg op om naar het houten kruis te staren.
Mijn blik glijdt van het houten kruis naar de portretschildering van de pater. Zou die gemaakt zijn voor de uitvinding van de fotocamera? De missiepost bestaat al lang, maar zo lang als een eeuw, dat betwijfel ik. Ik kleed me aan en loop naar buiten. Rondom de missiepost ligt een groot terrein met een aantal schooltjes, een ziekenhuisje, een kerk, een naaiatelier en een bescheiden boomgaard.
Voor de eerste keer in mijn leven heb ik een bijbel opengeslagen en sta ik wellicht voor een van de grootste uitdagingen tot nu toe, namelijk het begrijpen en ondervinden van een gebied waarvan de omvangrijkheid nauwelijks is voor te stellen: het geloof. Waarom wijden miljoenen mensen zich tot het geloof in een God, het verspreiden van het geloof, het in stand houden van rituelen en gebruiken? Wat is ervoor nodig om dat te kunnen? Wat houdt het in als iemand zich geroepen voelt tot dat lot?
Terwijl we die middag doorrijden naar de volgende missiepost besef ik me dat deze grote vragen een hoogst eigenaardige betekenis krijgen in de context van het gezelschap waarmee ik reis. Een ongetrouwde man die binnenkort vader wordt, een homo en een Marokkaan. Ik zit ertussen, als enige vrouw, ongetrouwd, op reis met 3 mannen. Stuk voor stuk bekleden we posities die binnen het katholieke geloof, wat de meeste Congolezen aanhangen, in meer of mindere mate omstreden zijn.
In Kikwit ontmoeten we Pere Charle. Hij runt een conglomeratie die onderdeel is van een overkoepelende katholieke groepering. Bij aankomst de begerige mannenblikken die iedere vrouw kent. Ik slaap in een kamer die doet denken aan een rariteitenkabinet. Naast de bijbels veel sciencefiction boeken en Duitse vakantiegidsen. Een haan, een lavalamp en een Mariabeeld staan dicht tegen elkaar aan in de kast.
Terwijl de paters om 06.00 naar de mis gaan, lig ik nog te slapen. Terwijl wij opstaan, is het religieuze gedeelte van de dag reeds verstreken en heeft het plaatsgemaakt voor het bedrijfsleven en het huishouden. Een grote groep mannen is druk aan het werk. In de keuken wordt het eten voor die avond bereid, de was wordt gedaan, er loopt iemand met een strijkbout langs, telefoontjes worden beantwoord, emails gecheckt, buiten worden nieuwe appartementen gebouwd. Nederland speelt die avond. Dat betekent dat de paters een scherm van 5 meter bij 5 meter, koud bier en heel veel stoelen regelen. We dansen die nacht. Nederland staat in de finale.
Twee dagen verstrijken. Dan rijden we door naar Mukila, een afgelegen plek waar zich een missiepost bevindt. De wegen naar de missiepost zijn uiterst slecht, het is al laat en we zijn moe. Voor de zekerheid slaan we extra benzine in. We verdwalen, rijden langs ravijnen op de meest onmogelijke zandwegen. We stoppen op de helft van de route om de banden leeg te laten lopen. Ik kijk door het autoraam naar boven. Het voelt alsof ik me tot de hemel richt. Ik kijk snel naar beneden. De banden zijn inmiddels half leeg. We kunnen door. Een zwetend lichaam achter het stuur. Het is pikkedonker. Bomen veranderen in wolken, de hemel zelf lijkt juist het vaste land. De wereld draait zich om voor mijn ogen.
-
Met dikke winterjassen, een paar Chinese zaklampen, brood, vlees uit blik en de 2 flessen bier worden we ontvangen door de paters. Ze zijn uitgelaten, draaien onrustig om me heen en weten zich geen houding te geven. Diezelfde nacht, zonder het zelf te weten, schrijf ik geschiedenis. De eerste vrouw die in het huis van de paters slaapt. Een feminist zou met die kennis de volgende ochtend fier aan het ontbijt zitten. Ik vind mijn geschiedschrijving ook wel wat treurig. Sinds mijn verblijf in Congo raak ik steeds sterker gehecht aan de dingen die niet veranderen. De dingen die blijven zoals ze zijn. Die veranderen doordat ze ouder worden, uit elkaar vallen, op straat belanden en dan als onherkenbare objecten verbrand worden. In het Lingala betekent lobi zowel gisteren als morgen. Die ene seconde die nu voorbij tikt, is omringt door een tijdloze massa. Bestaan er dan wel begrippen als vooruitgang en achteruitgang? Impliceert lobi een oneindige herhaling van de dingen om ons heen?
Op de missiepost loop ik langs de boekenkasten. Overal termieten en versleten boeken. Duits, Engels, Latijn. Zouden die boeken ooit nog gelezen worden? Het voelt als een museum, zeker als ik de collectie oude maskers van de paters bekijk. Ze exporteren ze naar een Belgische verzamelaar. Er hangen 3 klokken in de gemeenschappelijke ruimtes. Ze geven allemaal een andere tijd aan. Waarom zouden ze er nog hangen? Wordt er hier nog weleens op de klok gekeken? Ik waan me in het verleden. Onbewust speur ik in het huis naar oude objecten, koloniale beelden zoals ik ze van de zwart wit foto’s ken. Ik stel me voor hoe deze missiepost jaren geleden het toonbeeld van reinheid, orde en structuur is geweest. Daar is nu weinig van over. Er is, behalve een zonnepaneel dat iedere dag van een uurtje stroom voorziet, geen elektriciteit. De wc spoelt niet meer door, de douche doet het niet, overal zitten scheuren in de muur, de 2e verdieping wordt niet meer gebruikt vanwege instortingsgevaar, verkleurde gordijnen hangen voor de ramen. Oude computers en televisies staan in de hoek, snoeren door het hele huis, een grote voorraad palmwijn in de kelder, een verzameling mobieltjes en slingers om het nieuwe jaar in te luiden. Deze plek voelt als een boomhut, waar je jezelf de hele dag met je vrienden terugtrekt.
De laatste dag. Ik schrijf op: ver weg. Ik loop 2 dagen. Mijn arm tussen je handen. Een rug waar ik mijn billen in zou kunnen klemmen. Ik bewonder je. (...)
Vlak voor vertrek zie ik in de verte een pater lopen. Hij staat stil bij een boom. Uit het niets heft hij zijn handen tot de hemel. Dan loopt hij weer door. Als ik terug ben in Kinshasa laat dat beeld me niet meer los. Lopend door de straten denk ik aan de hemel. Ik word kleiner, de oneindigheid groter. Soms beweegt het even onder mijn voeten. Dan kijk ik naar de kuilen in de weg, dan focus ik op de aarde. De hemel is voor later.
-
-----------------------------------------------------------------------------------
-
monsieur cheveux
- >>>
-
Gedicht zonder titel
Nu ben ik alleen
Zonder aarde om op te staan
Zonder hemel in de verte
Nu ben ik alleen
Zonder gedachte door mijn hoofd
Zonder lopen, zonder praten
Nu ben ik alleen
Mijn huis is een eindeloze vlakte
speellijst
| 9 juni 2010 | tot 26 sept 2010 | |
| 6 oktober 2010 | cold turkey | energiehuis dordrecht |
| 15 oktober 2010 | cold turkey | de balie amsterdam |
ander werk anoek nuyens
| verlangen naar het onbekende | http://www.omsk.nl/werk/verlangen-naar-het-onbekende |
| repetitie les spectateurs | http://www.omsk.nl/werk/repetitie-lesspectateurs |