-
L'invisible (2010)
werk uit Kinshasa
Guido Kleene is theatermaker en woont en werkt in Kinshasa. De tweede wereld, vaak aangeduid als de wereld van geesten en hekserij, is een terugkerende thematiek in zijn werk. Zijn scherpe en eigenzinnige observaties vormen een bron van inspiratie binnen OMSK. Ze bevragen de relatie tussen het werkelijke en het imaginaire en de manier waarop deze twee hand in hand gaan in de verbeelding van veel kinois.

-
De onzichtbare wereld van Kinshasa
Zichbaar en onzichtbaar
Het zichtbare Kinshasa en het onzichtbare Kinshasa zijn verweven. Als je een tijdje in Kinshasa woont, ontdek je hoe het leven een onzichtbare wereld met zich meebrengt, die je in eerste instantie niet ziet, maar waarvan je gaandeweg steeds meer merkt. Het begint met kleine gesprekjes, flarden die je opvangt, uitgesproken met een grote vanzelfsprekendheid, zonder spoor van twijfel. Als je ernaar vraagt, is het antwoord in eerste instantie ontwijkend. “Oh dat weet ik niet, dat wordt gezegd”, of “De dominees in bepaalde kerken zeggen dat soort dingen”. “Waar heb je dat gehoord ?” “Oh, in de taxi, onderweg naar de stad” Later blijkt er een hele wereld verborgen, van aannames, van geruchten, van gefluister over verborgen machten, hekserij en geloof. Achter deze geruchtenstroom doemt een wereldbeeld op, waarin geloof en reële macht met elkaar zijn verweven. Waar onder andere feticheurs vlees van lichamen doen verdwijnen, waarin satansnesten bestaan die hun kinderen offeren om wetenschappelijke kennis te verkrijgen, waarin Chinezen vliegtuigen duwen en vrouwen bezeten zijn door (onzichtbare) nachtelijke echtgenoten waardoor ze geen seksuele lust meer hebben.
In eerste instantie lijken het absurde verklaringen. Toch zijn de angsten reëel en wordt aan de gesproken geruchten meer waarheid ontleend dan aan officiële nieuwsberichten en media. Hoe reëel is het irreële?
Leven in Kinshasa
Ik woon in Kinshasa. Ik ervaar een stad, ik ga relaties aan, sluit vriendschappen, werk, communiceer, heb ruzie en sluit vrede. Waarheid, leugen en vertrouwen zijn moeilijk in te schatten. Le monde caché. La magie noir. Les mauvais sorts, la jalousie. les rumeurs. Hoe vertel ik over het onzichtbare?
Sinds 2006 hou ik me intensief bezig met de tweede onzichtbare wereld van de geesten en de hekserij in Kinshasa. Deze onzichtbare wereld staat aan de basis van de kindhekserij – kinderen die sinds kort in grote getale van hekserij worden beschuldigd. Ik maakte daarover samen met Hans Bouma de documentaire Enfants Sorciers. In Nederland maakte ik de gelijknamige voorstelling over kindheksen. Dit jaar maakte ik samen met Toto Kisaku van K-Mu-theater de voorstelling Basal Ya Bazoba – over mechanismen van hekserijbeschuldigingen bij kinderen. Deze voorstelling speelde de afgelopen 6 maanden op 101 plekken in de megapool Kinshasa en bereikte een publiek van ongeveer 100.000 mensen.
-
Geruchtenstroom
Ik ontmoet Botalatala. Zijn naam betekent “zij die zien zien” of “de spiegels”. Hij noemt zichzelf Le ministre de la poubelle, oftewel de minister van het vuil. Ik wil met hem een schilderij maken die de geruchten, les rumeurs, bevraagt. We staan tussen de ijzeren pilaren van espace kola. Een ruimte die het midden heeft tussen een autowerkplaats en een half vergaan lunapark. Ik vraag Botalatala of de besloten wereld alleen angst is. En als deze uit angst bestaat, of die angst iets is dat gekoesterd kan worden. Botalatala kijkt me indringend aan: “ik heb tachtig werken die ik nog nooit aan iemand heb laten zien. Zij zijn mijn verborgen wereld. Ik ben bang om hem zichtbaar te maken, want als ik hem zichtbaar maak, heb ik het gevoel dat ik mezelf verlies. Niet om in het gevang te komen, maar omdat iedereen me met een bepaalde blik gaat bekijken. Dan verlies ik kortom mijn vrijheid.” De verscholen wereld – als een wereld om te koesteren.
Inmiddels is het donker geworden. Het hele gesprek stond er een vreemde man naast ons, die zich niet in het gesprek heeft gemengd, maar als een soort toeschouwer naar ons heeft staan luisteren. Als we uitgesproken zijn en aanstalten maken om te gaan, vertrek hij ook. Zwijgend, zonder iets te zeggen of om te kijken.
Guido Kleene
-
De onzichtbare minnaar
Botalatala, le ministre de la poubelle, zit in het midden van espace Kola te werken. Voor hem een groot wit vlak. Een triplex schilderij dat nog vorm moet krijgen. Om hem heen blikken verf, stukken riet en kartonnen dozen met hout zonder duidelijke bestemming. MAKAMBO EBOMBAMA staat er geschilderd op het witte vlak. DE VERBORGEN WERELD. Om hem heen een grote groep omstanders. Twee jongens die zich hebben opgewerkt tot assistent in de afgelopen dagen – en die het papier met aantekeningen voor Botalatala vasthouden. We praten over de onzichtbare wereld en over afgelopen vrijdag, toen Botalatala samen met Toto aan zijn schilderij begon. De discussie met de omstanders was zo levendig, dat ze niet aan schilderen toekwamen.
Botalatala zucht. Hij heeft vijf vellen A3 volgeschreven met steekwoorden. Elk woord verwijst naar een verhaal dat iemand vertelde over de verscholen wereld -de wereld van de geruchten. Hij vertelt me het verhaal over een jongen die in een hotel werkte en wiens vinger plots vervaarlijk begon zwellen. Het gerucht ging dat de hoteleigenaar zijn bedienden offerde – om zelf succes te krijgen. De jongen bezocht daarom een feticheur en begon een genezingsproces dat enkele weken duurde. Toen hij terugkwam in het hotel werd hij ontslagen. Volgens de jongen het bewijs dat het inderdaad waar was. Er zijn talrijke soortgelijke verhalen en verschijnselen.
Nachtelijke echtgenoten die ervoor zorgen dat je geen lust meer hebt om te trouwen. Vreselijke wonden die ongeneeselijk zijn – die door wraaklustige vijanden als vloek gegeven worden. Onzichtbare complotten van occultisten die op de universiteiten werken en door duistere praktijken aan hun wetenschappelijke kennis komen. Hij stokt en begint een beetje beschaamd te lachen. 'Ik heb zelf ook zo een verhaal meegemaakt, dat heb ik vrijdag maar meteen verteld aan de omstanders’ hij kijkt me verontschuldigend aan. ‘Ik wil niet meteen met mijn eigen verhaal komen, maar het kan misschien behulpzaam zijn voor je onderzoek’. Ik knik.
‘In 1998 woonde ik in Kisangani, een grote stad in het midden van het oerwoud, in het oosten van Congo. Ik ben daar geboren. Ik woonde daar een tijdje in een kamer van een appartement in de wijk van de Musiciens. Zo heet die wijk. Schrijf dat maar op. ‘ hij wijst naar mijn notitieblok, dat nog leeg is, omdat ik zit te luisteren. ‘Ik was toen al getrouwd met mijn vrouw, maar mijn vrouw woonde niet daar, ze was al naar Kinshasa verhuisd – in afwachting van mijn komst. En tijdens mijn verblijf in Kisangani was ik een beetje verliefd geworden op een jonge vrouw.’ Hij kijkt me beschaamd aan, ‘Die jonge vrouw, dat meisje zogezegd, kwam zo nu en dan bij me langs, als je begrijpt wat ik bedoel.’ Het aantal omstanders groeit, nieuwsgierig naar wat de blanke en de schilder bespreken. ‘Ze kwam af en toe langs om de nacht met me door te brengen.’ Botalatala duwt twee kinderen weg, die wat te dichtbij staan en de verfpotten dreigen om te duwen. ‘Die vrouw…’ Hij kijkt me recht aan ‘Zij was echt geobsedeerd. Seksueel gezien, bedoel ik. Ze wilde elke dag… elke dag. Ik vond dat niet echt onaangenaam. Maar om elke dag de liefde te bedrijven, dat was wel een beetje onnatuurlijk. Dus op een nacht, toen ze weer eens bij me was blijven slapen, na het vrijen...’ Botalatala kijkt om zich heen. En, met gevoel voor drama zegt hij: ‘schrijf het goed op, want het heeft daar ook mee te maken, met de onzichtbare wereld’ zegt hij. En hij duwt zijn twee assistenten vriendelijk weg 'gaan jullie maar even verderop staan praten, wij kunnen elkaar niet goed verstaan. Op een nacht sliep ze bij me. We hadden zojuist de liefde bedreven. zoals dat gaat. Ik had, hoe zeg je dat, ik had geejaculeerd. En zij ook. En ze had me gewassen zoals ze dat altijd deed. Zoals ze gewend was. Met een handdoek had ze me schoongemaakt. Mijn geslacht enzo. En daarna was ze in slaap gevallen. Ze lag dus naast me op bed. Geheel naakt, met haar rug naar me toe riching de muur. Ik wilde niet gaan slapen want ik moest die nacht nog een rapport af maken, dat rapport moest over een uur of wat af zijn – dus ik sliep niet. Ik zat op de rand van het bed, met mijn rug naar haar toe. En ik zat wat te werken. En af en toe keek ik achterom. Dan zag ik haar liggen, haar rug naar me toe. Zo zat ik en lag zij te slapen. Tot op een gegeven moment. Na een uurtje denk ik. Ik voelde beweging achter me, keek weer om en tot mijn verbazing was ze rechtop gaan zitten. En het vreemde was – ze leek me niet wakker geworden. Want ze keek niet naar me. Noch dat ze enig geluid maakte.
Ik had me omgedraaid. Ik keek naar dat meisje. En ik zag hoe ze de liefde begon te bedrijven. Geheel naakt. Met iemand die ik niet zag.' Botalatala kijkt me verbaasd aan. ‘Ik zag dat er iemand was, maar ik zag die persoon niet en zij deed alsof hij er werkelijk was. Ze hield hem vast. Ze bedreef de liefde met hem, maakte geluid en het leek alsof er daadwerkelijk een man op haar lag. En ze ejaculeerde. En toen..’ De kinderen zijn weer dichterbij gekomen en Botalatala vraagt ze rustig een stap terug te doen. Het begint wat te waaien en het stof waait op het schilderij. 'Ze woont nu in Europa. In 2007 heb ik haar nog gesproken, toen ik in Den Haag was voor een expositie. Ik heb met haar gesproken over de telefoon.' De kinderen doen een stap terug en Botalatala vervolgt. ‘Ze was dus de liefde aan het bedrijven met die onzichtbare man, precies op dezelfde manier zoals wij een uur eerder hadden gedaan. En na afloop begon ze met de handdoek zijn geslacht schoon te maken, precies zoals bij mij. Toen ze er mee klaar was, klemde ze de handdoek tussen haar benen en draaide zich om, met haar rug naar me toe, om weer te gaan slapen.’
-
Botalatala ziet er nauwkeurig op toe of ik de juiste woorden opschrijf. ‘Ik was inmiddels bang geworden.. Ik stond rechtop in de kamer en keek naar haar. Plosteling ging ze zitten en keek me aan en begon te huilen. Mami, Ze heette Mami.’ Botalatala zegt het afgemeten. Alsof haar naam een klank is die heel precies uitgesproken moet worden. ‘Mami zei: vertel aan niemand wat je hebt gezien. Dit gebeurt al vijf jaar lang, elke nacht. Ze vertelde me dat ze ongeveer vijf jaar daarvoor verliefd was geworden op een jonge man. Ze studeerden samen aan de universiteit van Kisangani. Ze waren smoorverliefd en vast van plan om te gaan trouwen. Op een dag vroeg de jonge student haar om wat van haar schaamhaar aan hem te geven. Dat deed ze en daarna verdween hij vrij plotseling uit haar leven.’
Botalatala schudt zijn hoofd. ‘Sinds die dag droomde ze van hem. Een terugkerende droom. Elke nacht, levensecht, had ze seks met die zekere meneer, vijf jaar lang, en dat duurde voort tot het moment dat ik haar ontmoette.’ De omstanders knikken. Botalatala lijkt zich niet te storen aan het gestaag groeiende groepje omstanders die aan zijn lippen hangen. Hij kijkt me nog steeds gespannen aan, met gevoel voor drama houdt hij een korte pauze..
‘In de tussentijd was ze ook nog getrouwd met een derde. Met deze man kreeg ze ook een zoon, maar het hielp niet. De feiten bleven zich herhalen. Ze waren al vrij snel weer gescheiden. Toen Mami het me vertelde – was ze de wanhoop nabij. Ze vroeg me – Botalatala – neem me als je tweede vrouw, zoek een oplossing voor mijn probleem en zorg ervoor dat het ons geheim blijft, het geheim van ons tweeen.’
Botalatala knikt: ‘Ik moet zeggen dat ik ook nogal jaloers was op deze onzichtbare man, die haar zoveel genot leek te schenken. Voor mij was het hele verhaal volstrekt geloofwaardig. Ik vond dat hij weg moest, deze onzichtbare rivaal. Maar ja, dan moet je dus een duivelsuitdrijving doen. Ik vond één naar zeggen betrouwbare feticheur. Die feticheur zei me: het is heel simpel. Kom morgenochtend met uw vriendin naar de afgesproken plek en neem een aantal dingen mee: een volwassen haan, wat geld, het parfum van je vriendin, dat soort dingen.
Heel vroeg in de ochtend gingen we naar de afgesproken plek: een riviertje een stuk buiten de stad. De hele ceremonie was heel bijzonder, door de setting aan de rivier, en wat er geschiedde.' Botalatala glundert: ‘we gingen erheen om vier uur 's ochtends. Er was voor de rest niemand behalve de feticheur. Het was volkomen stil. De feticheur had twee emmers neergezet, vlak aan de oever van de rivier. Het meisje, Mami, mocht geen kleren aan hebben, op haar onderbroek na. Voor de rest was ze naakt. En ze moest daar staan, met de ogen gesloten, aan de rand van het water. Onderweg naar de rivier had hij een voorwaarde gesteld: Het meisje mocht op weg naar de rivier onder geen beding achterom kijken. Haar blik moest naar voren gericht zijn, de hele weg die we af zouden leggen. Omkijken was uit de boze.’
Hij vervolgt: ‘In een van de twee emmers zat kokend water, in de ander was het water koud. Met een bezem besproeide hij haar met water. Als hij koud water op haar naakte lichaam druppelde, reageerde ze alsof het gloeiend heet was, ze riep hard 'Au!' en kromp ineen. Als hij daarna het kokende water over haar lichaam goot, reageerde ze nauwelijks – alsof ze zich met koud water wastte. Alles was daar omgekeerd het tegendeel van normaal.’
Botalatala veegt zijn gezicht af. Het is broeiend warm en we zitten midden in de zon, het hele verhaal lang. Ook de omstanders hebben het warm, maar het verhaal dwingt hun te blijven staan.‘Die hele gebeurtenis vervulde me met schaamte. Ik durfde er met niemand over te praten, en ook met Mami niet. Een of twee maanden later vertelde het meisje me dat ze sindsdien nooit meer van die bewuste meneer heeft gedroomd. We waren vastbesloten te gaan trouwen, maar de oorlog kwam tussen ons in. Vlak voordat zij naar Kinshasa was gereisd, brak de oorlog uit. Gedurende tien jaar kon je niet naar Kisangani, de andere kant van het land, reizen. En zo ben ik haar helaas uit het oog verloren.’ Botalatala zegt het met spijt in zijn stem.
‘Toen ik terugkwam in Kinshasa, was ze inmiddels verhuisd naar Belgie en hebben we elkaar niet meer gezien.’ De omstanders zuchten met Botalatala mee, het einde is onbevredigend. Maar voegt Botalatala me nog toe: ‘Afgelopen jaar sprak ik haar weer, voor het eerst. Aan de telefoon hebben we elkaar een belofte gedaan. Als we elkaar nog eens in het echt ontmoeten, zullen we elkaar trouwen. Dat staat wel vast’
De kinderen hebben inmiddels de poppen ontdekt die botalatala uit hout heeft gesneden en zijn er driftig mee aan het spelen. Botalatala kijkt er naar en gaat weer verder met zijn werk. Het gesprek is afgelopen. En de omstanders lopen aarzelend door. Vervolgen hun weg of gaan op zoek naar een nieuw verhaal.
-
schrijver in kinshasa
Iedere week verzamelen Congolese schrijvers zich bij Espace Kola. Ze verspreiden zich door de wijk, op zoek naar geruchten en verhalen over de onzichtbare wereld. Hieronder een selectie van de verhalen die ze geschreven hebben.
-
Dernier coup de sifflet
Papy Maurice Mbwiti
>>> -
la culture africain <<magic noire>>
clarisse tete
>>> -
CONCEVOIR L'INVISIBLE DANS LE VISIBLE
Jeremie Mwanga-M.
>>>
speellijst
| 9 juni 2010 | tot 26 sept 2010 | |
| 26 september 2010 | cold turkey | schouwburg rotterdam |
| 6 oktober 2010 | cold turkey | energiehuis dordrecht |
| 15 oktober 2010 | cold turkey | de balie amsterdam |